De slag om Gijzenzele van 19 tot 21 mei 1940

De hieronder weergegeven tekst werd - met toestemming - integraal overgenomen van een publicatie door "HET GIJZELS GENOOTSCHAP VAN DE KERKUIL" naar aanleiding van de herdenking van de slag van Gijzenzele (19 ... 21mei 1940)

Werkten mee aan de totstandkoming van deze informatiebundel: Dirk De Ganck - Marc Van Gaver - Johan Van Durme - Petra Van Bever Willy Bockstaele - Willy Van De Vijver - Piet De Landsheere.

Een bijzondere dank gaat naar historicus Erik Janssen en Luitenant-kolonel Manu Cammaert voor hun zeer kundige bijdrage.

Mei 2006

Van Astene aan de Leie tot Eke bij de Schelde en verder doorlopend over Semmerzake, Munte, Oosterzele tot bij Kwatrecht : Tête de Pond De Gand…..T.P.G. …Bruggehoofd Gent.

 

10 mei 1940

Situatie van het Bruggenhoofd Gent op 7 mei 1940.
De roze band vormt het Tête de Pond de Gand. De halve maantjes vormen de bunkergordels  of ‘courtines’ (kaart Simon Stevinstichting)

De Duitse aanval rolt sinds vroeg in de morgen. Boven het T.P.G. exploderen met scherpe knal luchtafweergranaten rond overtrekkende vliegtuigen. Onze 16de  infanteriedivisie, opgesteld langs de bunkerlinie in de sector tussen de Boven-Schelde en de Leie, legt veldversterkingen aan.

Ten zuiden van Gent ligt de versterkte linie, sector Semmerzake-Wetteren, nog steeds verlaten. Onder de inwoners van de streek zijn er geen sporen van paniek, althans nog niet op dit ogenblik : de aanvaller zal wel tot staan worden gebracht aan het Albertkanaal.

Trouwens de eerste legercommuniqués laten ook uitschijnen dat men de toestand volkomen meester is.[1]

[1] Uit “Mei 1940 Ten zuiden van Gent” door Jacques De Vos

 

Woensdag 15 mei 1940

“Op de Staf van de Divisie wordt de ganse nacht gewerkt om de eerste bevelen klaar te krijgen in verband met  de opstelling in het Bruggenhoofd Gent.

Verschillende eenheden waaronder het 7de  , 11de  en 15de  Linieregiment welke de sector Gijzenzele toegewezen kregen zullen op andere plaatsen worden ingezet. Dit alles heeft te maken met de steeds wisselende toestand aan het front.

Enkel de Genie dient de nodige verkenningen uit te voeren, en alle geniewerken moeten klaar zijn tegen dageraad van 19 mei.

De tankcompagnies (met een C 47 kanon op een T 13 onderstel) moet zich opstellen als volgt

-        2 T13’s  aan de Brusselse steenweg te Melle

-        2 T13’s te Bottelare

-        3 T13 zullen bij het eskadron cyclisten in steun blijven.

 

Donderdag 16 mei 1940

Deze dag betekent voor de Belgische eenheden een dag van organisatie der onderkomens, aanleggen van telefoonverbindingen, verkenning door de officieren en bespreking op de commandoposten.

Weldra zullen de schuilplaatsen van het T.P.G. dienst moeten doen en zullen de divisies in het bruggenhoofd op de Scheldelijn moeten tonen uit welk hout ze gesneden zijn. De storm nadert…..

Vrijdag 17 mei 1940

Om half vier in de morgen van 17 mei worden de mannen uit hun loden slaap gewekt: alarm! De schuilplaatsen van het T.P.G. moeten onmiddellijk worden bezet”[1].

[1] Uit “Mei 1940 Ten zuiden van Gent” door Jacques De Vos

 

Zaterdag 18 mei 1940

De 4de  infanteriedivisie neemt de definitieve schikkingen voor de komende strijd. Alle schuilplaatsen worden bezet.

Het 3de  bataljon van het 6de  linie krijgt het bevel tot vertrek naar Gijzenzele, via Gijzegem, Lede en Smetlede. Op de weg naar Gent zien de soldaten de rookwolken afkomstig van petroleumtanks. De afstand schijnt zeer lang. De soldaten zijn doodop.

De avond van 18 mei, voor het T.P.G. zijn dit de laatste uren voor de storm. Uit het oosten naderen de vermoeide infanteristen van de 2de  en de 5de  infanteriedivisie, achter zich een spoor nalatend van wegversperringen en vernielde bruggen, op korte afstand gevolgd door de overwinningszekere Duitse troepen.

Nog diezelfde dag steken de Duitsers het kanaal van Willebroek over: de strijd om het Bruggenhoofd Gent kon beginnen.

Zondag 19 mei 1940

Op 19 mei zijn alle eenheden op hun eindbestemming.

Het VIde  Legerkorps bezet het terreingedeelte ten zuidoosten van de Schelde. De 5de  Infanteriedivisie komt omstreeks 11.00 uur uitgeput aan te Semmerzake-Munte en krijgt enkele uren rust. De 4de  Infanteriedivisie  stelt zich op tussen Munte en Betsberg en de 2de   Infanteriedivisie ter hoogte van de Betsberg, Gijzenzele en de Schelde te Kwatrecht met in het noorden het 5de  Linie, in het zuiden het 6de Linie en in tweede lijn het 28ste  Linie.

Het 3de  bataljon van het 6de  linie komt rond 04.00 uur aan te Gijzenzele. Enkele gewonden vervoegen de rangen. Men hoopt dat alle achterblijvers Gijzenzele zullen bereiken alvorens het te laat is. De soldaten zijn reeds drie dagen onderweg en de voedselvoorziening blijft uit. In Keerbergen-Werchter werden de soldaten voor de laatste keer bevoorraad. Het bataljon is niet meer wat het zijn moet. De strijdvaardige mannen zijn fel uitgedund en verlies aan wapenuitrusting werd vastgesteld.

Het 6de  Linieregiment bestaat nog uit twee infanteriebataljons en een bataljon tuigen, echter zonder mortieren 76 mm. De geplande versterkingen en aanvullingen komen niet toe. De gemiddelde mansterkte wordt op 150 per compagnie fuseliers geschat, de 12de  compagnie op een honderdtal manschappen, hetzij in totaal een 600 man voor het ganse bataljon III/6.

De 2de  divisie vertrok rond 17.00 uur op 18 mei in de streek van Gijzegem om zich te voet te begeven naar haar verdedigingssector Kwatrecht-Gijzenzele. Ook de “Jagers te voet” doen hun naam eer aan en komen na een lange etappe aan in de streek van Semmerzake. De manschappen zij totaal uitgeput.

Er zal echter geen tijd over blijven om uit te blazen. De vijand staat reeds aan de horizon en is niet uitgeput zoals ons voetvolk.

Twaalf vrachtwagens, dertien moto's, waaronder drie side-cars, 48 fietsen en alle door paarden getrokken karren (waaronder veertien mitrailleurs-caissons, de acht caissons mortieren M 76 en acht veldkeukens) van het 3de  Bataljon, het 4de  Bataljon en de stafcompagnie zijn achtergebleven. Van de bewapening ontbreken drie C 47 mm, alle mortieren M 76, veertien mitrailleurs, 25 FM, zeventien DBT granaat-lanceerders, 150 geweren en 65 pistolen GP. Er is nog munitie genoeg, de granaten die verschoten zijn en de 450 verloren laders FM buiten beschouwing gelaten.

Een gemiddelde van 8 mitrailleurs per compagnie is nog ter beschikking i.p.v. de oorspronkelijke 12. Het rollend materieel bestaat niet meer en er resten enkel nog een paar karretjes van landbouwers uit Keerbergen.

De te bezetten stelling is bewaakt door eenheden Grenswielrijders: ze hebben enkele schetsen gemaakt en overhandigen deze omstreeks 06.00 uur aan de bataljonscommandanten van het 6de   Linie. Aan de hand van deze schetsen kunnen ze hun bevelen geven ten einde de nieuwe stelling te organiseren en te verdedigen. Van de "Tête de Pont de Gand" zijn voor de oorlog gedetailleerde opstellings- en bezettingsdossiers gemaakt, die eveneens de sleutels van de schuilplaatsen bevatten. Deze worden nooit ontvangen. De "Cointet"-barrière en de tetraëders[1], die een antitankhindernis moesten vormen, zijn niet geplaatst. Deze werden gebruikt op de KW-stelling[2] en werden niet geleverd voor het TPG.

 

 

 

 

 

 

 

  Cointet"-barrière

 

 

 

 

 

 

De tetraëders  

Gelukkig kent kolonel Godeau de stelling op zijn duimpje: voor de mobilisatie werkte hij gedurende zes jaar bij het 2de  Département de Génie de Fortifications en is zo nauw betrokken geweest bij het ontwerpen van de "Tête de Pont de Gand", een grondige kennis die het regiment ten goede zal komen.”[3]

[1] De "Cointet"-barrière : waren stalen hekken. Deze Belgische poorten, zoals ze ook werden genoemd, gaven de KW-linie haar bijnaam "de IJzeren Muur". In 1933 uitgevonden door de Franse generaal Leon Edmond de Cointet de Fillain werden ze vaak in België gebruikt.
De tetraëders of viervlaksgestellen waren metalen driezijdige piramides. Er waren twee types. Het lichte type woog ongeveer 190kg, terwijl het zware type, dat met beton was opgevuld zo'n 470 kg woog

[2] ijzeren verbinding tussen Koningshooikt en Waver

[3] Uit “Mei 1940 Ten zuiden van Gent” door Jacques De Vos

In Gijzenzele werkt men op volle toeren.

Om 08.00 uur zijn de verkenningen reeds beëindigd. Met uitzondering van het prikkeldraadnet en de betonnen schuilplaatsen stellen de veldwerken niet veel voor. Het veldwerkmateriaal is onderweg verloren gegaan. Om toch materiaal te hebben om de werken aan te vatten schuimt men de omliggende boerderijen af en eisen de officieren spaden, schoppen, houwelen, rieken, bijlen, zagen en ander landbouwgerief op. Eerst begint men het schootsveld op te ruimen en dan te graven.[1] De manschappen zijn moe en hongerig, maar beseffen dat van de voorbereidingsgraad van de stelling hun leven kan afhangen en werken dus hard door.

Stafkaart 1940 – met o.a. het halve-maanbos (kaart Simon Stevinstichting)

[1] De opruiming van het schootsveld is de grootste bezorgdheid van de regimentscommandant. De gewassen staan al een 80 cm hoog en men ziet niet veel. Het terrein is gunstig voor infiltratie. De geplande veldwerken werd onder druk van de lokale politici afgelast, die de stemmen van de landbouw nodig hadden voor de verkiezingen. Vanuit Gijzenzele-dorp heeft men zicht tot aan de bunkers AV 10 – 11 – 12 die de kam vormen langs de baan Wetteren-Oosterzele.

Het was eerder zelden dat opeisende soldaten een “reçu” gaven. Een uitzondering hierop vormde wel een zekere Karel Beeckmans die op 18 mei 1940 een verklaring achterliet dat hij diezelfde dag bij Prosper Versnaeyen een vrachtwagen Ford Type A.A. 4 cyl opeiste (waarde 15.000 frank).

Op 18 mei werd Bij Roger Gillis op de Wetterse steenweg een ‘velo’ opgeëist, echter zonder een “reçu” af te leveren (waarde 1.000 frank)

Bij Georges Gillis – Dorpstraat – werd een paard, een overdekte wagen en een compleet harnas opgeëist eveneens zonder “reçu” (waarde respectievelijk 7.000 – 5.000 en 1.000 frank)

Verder waren er nog enkele gevallen van opeisingen zoals van haver, het beslaan van een paard, het leveren van cementbuizen, steen en vervoer.

 

Archief Gemeente Oosterzele

 

Het 2de  Bataljon arriveert om 07.00 uur te Landskouter en stelt zich te paard op, op de weg Oosterzele-Gontrode, op de Betsberg. De hulppost van het 2de  Bataljon heeft een onderkomen gevonden in de graanstokerij Van De Velde op de Betsberg en opent om 08.00 uur, er is ontsmettingsalcohol genoeg…. [1]

Het 3de  Bataljon is in tegenhelling opgesteld:

1.    van links, 200 meter ten noorden van het halfmaanvormig bos tot

2.    rechts, 300 meter ten zuiden van de oude molen van Gijzenzele (AV 10).

De bataljonscommandant heeft als opdracht een anti-tankstelling op te bouwen en deze kost wat kost te verdedigen. Om 10.00 uur ontvangt ze de 13de  Compagnie en een peloton C 47 mm (met slechts drie stukken) van de 14de  Compagnie in steun, wat een gevoelige stijging van het aantal aan mitrailleurs met zich meebrengt.[2]

Links wordt de 9de  en de 12de  Compagnie (zonder mitrailleurs) opgesteld, samen met twee C 47 mm. In het midden staat de 10de  Compagnie en rechts staat de 11de  Compagnie met één C 47 mm opgesteld. Al de kazematten worden bezet met ploegen van de 13de  Compagnie: de bunker van het klein bos (AV 11 ) met twee mitrailleurs, de bunker van de molen (AV 10) met twee mitrailleurs, de drie bunkers rechts van het dorp met vijf mitrailleurs en één FM en de bunker rechts van de stelling van de 11de  Compagnie met één mitrailleur en één FM; 1 bunker in Gijzenzele met 1 mitrailleur en 1 machinegeweer = commandopost van III/6.

[1] 19 gekwetsten waaronder één Duitser zullen er opgevangen worden; één dode zal er geborgen worden.

[2] De 13de Compagnie heeft er op dat ogenblik nog 14.

Zicht vanuit een abri (foto Soma)

Voor de stelling worden twee voorposten uitgezet. De ene (P1) wordt bezet door twee gevechtsgroepen van het Eskadron Wielrijders van de divisie onder leiding van adjudant kandidaat-beroepsofficier Daems, terwijl de andere (P2) bemand wordt door de resten van het Peloton Verkenners van het 6de Linie. Hun opdracht bestaat erin vijandelijke voorhoedes voor de stelling te melden en verkenningen af te weren.

De hele opstelling is omstreeks 11.00 uur bezet.

Majoor Desprets installeerde zijn commandopost in Gijzenzele-dorp. Hij heeft echter een schrijnend gebrek aan transmissiemiddelen, zodat hij zich enkel in verbinding kan stellen met de commandopost van het regiment en van de 10de  Compagnie. De majoor richt een aanvraag aan het regiment om bevoorrading.

Omstreeks 14.30 uur komt het bericht binnen dat uit de richting van Sint-Lievens-Houtem vier tanks vorderen. Twee verkenningspatrouilles worden ten oosten van de weg Oosterzele-Wetteren uitgestuurd, maar deze hebben niets te melden.

Een wirwar van ‘loopgrachten’…… (foto Soma)

De werken vorderen goed. In Gijzenzele worden schietgaten in de huismuren geslagen en worden andere muren afgebroken om goede verbindingen te hebben. 's Avonds zijn de werken in het dorp bijna ten einde. Een paar hindernissen voor en in het dorp moeten nog aangelegd worden en het koren afgemaaid.  

's Avonds worden volgende stellingen ingenomen: één gevechtsgroep van de 9de Compagnie wordt naar de bunker aan het klein bos gestuurd om er de nabije beveiliging van te verzekeren en een andere naar de linkerlimiet van de stelling, in verbinding met het 1ste  Bataljon 5de  linie. Twee gevechtsgroepen van het Eskadron Wielrijders worden in versterking naar de voorposten P1 en P2 gestuurd, maar vergissen zich en stellen zich op in de Meerstraat

's Nachts werkt één derde van het personeel op de stelling terwijl één derde waakt en de rest rust. De nacht is kalm, buiten het binnenlopen van een colonne Ardense Jagers omstreeks 01.00 uur, met een gevangen Duitse officier, valt er niets te melden.

Gezien er nog steeds geen bevoorrading is gebeurd bij het 3de  Bataljon wordt de verlaten bakkerij opengebroken. In de compagnies wordt beroep gedaan op soldaten die de bakkersstiel kennen en met de achtergelaten ingrediënten wordt er voor heel het bataljon brood gebakken, tot groot genoegen van de manschappen.

Bevoorrading van de Belgische troepen met veldkeuken 

(foto Soma)

Situatie van de Belgische stelling op 19 mei.

 

De gele banden op de kaart vormt de 1ste en 2de  lijn tussen Kwatrecht en de Betsberg
(kaart 6de  Linieregiment)

De grens tussen het 5de  Linieregiment (Kwatrecht) en het 6de  Linieregiment (Gijzenzele) loopt vanaf de Schoolstraat over de Langestraat – Bosstraat zo naar de Geraardsbergse steenweg te Gontrode (Melle). De bunkers A 38 (Schoolstraat) en D 17 (Langestraat) werden bemand door het 5de  Linieregiment.

Te Gijzenzele zit in eerste lijn het 3de  bataljon van het 6de  Linieregiment; te Kwatrecht eveneens het 3de  bataljon van het 5de  Linieregiment.

In steun voor Gijzenzele (2de  lijn) ligt te Landskouter het 28ste  linieregiment.

De vooruitgeschoven posten P1 en P2 bevinden zich respectievelijk in de omgeving van het kruispunt Reigerstaat / Geraardsbergse steenweg / Groenweg (Vinkemolen) en in de omgeving van het kruispunt Reigerstraat /Bavegemstraat / Moortelbosstraat (Anker).

 

Maandag 20 mei

Situatie van de Belgische strijdkrachten

In het centrum van Gijzenzele ligt het 3de bataljon van het 6de Linieregiment met de 9de, 10de en 11de  compagnie. Links van het dorp ligt het 2de bataljon van het 6de Linieregiment met de 5de, 6de en 7de compagnie. Rechts van het dorp zit het 1ste Bataljon van het 5de Linieregiment met de 1ste, 2de en 3de  compagnie. De aanval wordt frontaal op Gijzenzele verwacht vanuit de Kwaadbeek te Oosterzele
Uit : mai 1940 / La bataille de Belgique, M. Fouillien et J. Bouhan

In Gijzenzele bleef alles rustig, niets te melden. Een rustige voormiddag. De regimentscommandant voert een inspectie uit van de bataljons en lijkt tevreden.

Om 09.30 uur melden burgers aan post P 1 dat op zo'n drie kilometer voor de stelling een Duitse moto op een mijn is gelopen. De zaak wordt nagetrokken door een patrouille. Ze vinden een vernielde sidecar met twee gesneuvelde Duitsers. Hun automatische wapens en hun papieren worden meegenomen en afgegeven op de commandopost 6de  Linie. Om 12.30 uur melden de verkenners dat ze uit P 2 acht vijandelijke sidecars hun post hebben zien naderen. Ze verlaten hun stelling, maar worden teruggestuurd. Het is echter te laat. Als ze hun stellingen opnieuw willen bezetten, is de post al ingenomen door Duitsers: P 2 is verloren.

In de vroege namiddag wordt de stelling overgevlogen door Duitse vliegtuigen, daarna keert de stilte weer terug. Om 14.00 uur wordt post P 1 hevig beschoten. Kolonel Godeau beveelt deze te ontruimen. Plots wordt Gijzenzele hevig beschoten door artillerievuur, verschillende huizen, waaronder dat van de pastoor, worden beschadigd. De pastoor zelf, de enige inwoner die ter plaatse is gebleven, wordt gekwetst en na verzorging in de hulppost van het 3de  Bataljon afgevoerd naar de commandopost van het regiment.

Ondertussen leggen de Duitsers een dicht rookscherm aan ter hoogte van de baan Oosterzele-Wetteren en vallen aan gebruik makend van vlammenwerpers. De bunkers aan het klein bos (AV 11) en aan de oude molen (AV 10) worden omcirkeld en ingenomen. Een tiental man wordt hierbij krijgsgevangene gemaakt, maar de gevechtsgroep die de bunker van het klein bos bezet, kan zich vrijvechten en voegt zich terug bij het 3de  Bataljon.

Het Duits bataljon geeft snel een bericht door naar achter : “sterke tegenstand uit bunkers en loopgraven”. De opmars van de Duitsers verliep zo snel dat hun artillerie nog niet is aangekomen. Enkel een vooruitgeschoven groepje verkenners komt ijlings naar voor om een geschutsstelling te verkennen.

Het Duitse infanterieregiment 171 speelt ook een rol. Via Wieze, Lede, Vlierzele, Bavegem, komt het naar de Veldstraat te Oosterzele. Het krijgt de opdracht rechtdoor te stoten naar de wijk Kwaadbeek, terwijl het 2de  Bataljon 171 richting Landskouter zal nemen. Het 1ste Bataljon komt terecht in flankerend vuur van de schuilplaatsen te Gijzenzele.

De vijand dringt door in de stelling van het 3de  Bataljon en slaagt erin het klein bos te bezetten. De waarnemers van Gijzenzele hebben de vijandelijke batterij ontdekt die ononderbroken het dorp onder vuur neemt. Er komt versterking van artilleriegeschut met als voornaamste doelstelling het bos en de ontdekte batterij, die zich ten oosten van de weg naar Geraardsbergen bevindt, onder vuur te nemen. De schoten treffen doel, het bosje lijkt geschoren, de vijandelijke batterij houdt op met vuren en verplaatst zich.

Rond 19.00 u vermindert het vijandelijke schieten.

Het Duitse infanterieregiment 171 ligt ingegraven in verdediging langs de weg Westrem-Kwaadbeek-Heistraat frontaal op Gijzenzele. De commandopost van het regiment zit in de Veldstraat te Oosterzele. Ook hier liggen de Duitse stellingen onder zwaar artillerievuur en lijdt men merkbare verliezen aan manschappen en materieel. De situatie aan Duitse zijde ziet er niet schitterend uit en bereikt een kritiek hoogtepunt. Volgens de Duitse officieren is de Belgische artillerie de boosdoener en is deze, zowel wat aantal als schootstechniek betreft, veruit de meerdere van de Duitse. De Duitse Oberst wacht op de aankomst van zware artillerie alvorens opnieuw een aanval te lanceren.

Het 3de  Bataljon ontvangt steun van het 2de  Bataljon 28ste  Linie. Luitenant Moyson wordt met zijn peloton ter beschikking gesteld van de 9de  Compagnie om ingeschakeld te worden in de verdediging van het zuidelijk gedeelte van Gijzenzele. Eén sectie van de compagnie, onder leiding van luitenant Lonnoy (bevelhebber van de 13de  Compagnie), voert om 20.40 uur een offensieve patrouille uit naar het kleine bos.

Ze bereikt het bos, tracht door te dringen tot aan de oost-rand, maar wordt verrast door een hevig mitrailleurvuur. De patrouille trekt zich terug met vier gekwetsten.

Ondertussen heeft onderluitenant Van Saceghem (9de  Compagnie) zich met enkele mensen van zijn peloton kunnen opstellen in de terreinscheur juist ten westen van het bos. Hij wordt eveneens onder vuur genomen vanuit het bos, dringt niet aan en bezet terug zijn stelling in de schoot van de 9de  Compagnie.

De Duitsers blijken in het bos goed opgesteld te zijn en blijven aan onderhouden cadans vuren. Eveneens worden artillerie en ‘Minenwerfer’ ingeschakeld.

Gedurende de nacht vuurt de vijand zonder ophouden. Ze gebruiken lichtspoormunitie en laten vuurpijlen op het dorp neerkomen. Verliezen van de dag: 4 gewonden; 10 onderofficieren en soldaten die de 2 verloren bunkers bezetten, worden als vermist opgegeven.

De staf van het 6de  Linie verwacht een aanval bij het ochtendgloren. De artillerie wordt ingeschakeld om de mogelijke voorbereidingen ervan te storen. Om 03.30 uur vraagt majoor Desprets een beschieting van het bos. De vuuraanvraag wordt stipt en heel nauwkeurig uitgevoerd.

 

Dinsdag 21 mei : hardnekkige weerstand.

Situatie van de Belgische strijdkrachten

De 9de – 10de  en 11de compagnie van III/6 wordt aangevuld met een Eskadron Cyclisten.  De aanval wordt niet meer frontaal op Gijzenzele uitgevoerd doch via de linker- en rechterflank en via de Betsberg. Het 2de Bataljon van het 28ste Linieregiment komt in steun voor I/5.

Uit : mai 1940 / La bataille de Belgique, M. Fouillien et J. Bouhan

De Duitsers wagen het niet om, zoals voorzien, vroeg in de voormiddag langsheen de Betsberg door te stoten naar Merelbeke. Eerst moet de situatie gunstiger zijn op hun rechterflank te Kwatrecht-Gijzenzele.

Omstreeks 04.30 u krijgen de Duitsers versterking. Twee Duitse vrachtwagens waarvan één gemerkt met een rood kruis, stoppen voor de weg die leidt naar de molenbunker.

Een goed dozijn gewapende soldaten verlaten de vrachtwagens en zoeken dekking achter onze bunker. De C-47 batterij rechts van Gijzenzele geplaatst, schiet een granaat af  die de soldaten treft, komend uit de tweede vrachtwagen. Een tweede granaat ontploft in de nabijheid van één der voertuigen en een derde granaat vlak daarop.

Enkele vijandelijke soldaten vluchten. Het is onmogelijk geweren te gebruiken, de Duitsers zijn meer dan 500 meter van ons verwijderd. De gevechten bij de 9de  Cie. nemen in hevigheid af en de commandant van het 3de  Bataljon maakt van de toestand gebruik om een tegenaanval in te zetten om de twee verloren bunkers weer in te nemen

Onderluitenant Van Saceghem zal met een groep het linkse gedeelte van het bos omsingelen. Luitenant Lonnoy en onderluitenant Moyson (II/28) zullen samen met een afdeling van de groep DBT (granaat-lanceerders), het centrum van het bos voor hun rekening nemen.

Eerste sergeant Zaumbreckers[1] zal met een gevechtsgroep en 5 man van het peloton “buiten rang” afkomstig van de 9de Cie., met een omtrekkende beweging langs het zuiden het rechtse gedeelte van het bos omsingelen. De C 47 mm zullen juist voor de aanval de plaatsen beschieten waar de vijand gemeld is.

[1] Eerste sergeant Zaumbreckers ging na de capitulatie over naar het verzet. Hij werd op 28 april 1942 aangehouden. Op 10 juli 1943 werd hij hiervoor gefusilleerd en begraven op het Nationaal Schietplein te Brussel. Na de oorlog werd hij bijgezet in het erepark “Schoonselhof” te Antwerpen

 

Onze kanonnen C47 openen het vuur op de vijandelijke stellingen. We schrijven 08.00 uur. Onder het klaroengeschal zetten allen zich in beweging. Onderluitenant Van Sacegehem slaagt er reeds onmiddellijk in een Duitser krijsgevangen te nemen (soldaat Schubert van het 25ste  Duitse infanterieregiment).

Twee Duitsers worden neergeschoten door eerste sergeant Zaumbreckers; anderen vechten verbeten terwijl ze zich terugtrekken.

De groepen van onderluitenant Moyson bereiken de oostkant van het bos zonder noemenswaardige tegenstand te hebben ondervonden. De vijand heeft 15 doden achtergelaten, doch geen enkele gewonde. De schaapstalbunker is heroverd en de manschappen van het II/28ste  vestigen zich aan de oostkant van het bos.

C 47 mm anti-tank kanon (foto Koninklijk Legermuseum te Brussel)

De groepen die hebben deelgenomen aan de aanval brengen buitgemaakte voorwerpen mee: 5 machinegeweren voorzien van munitie, enkele geweren, twee revolvers, schouderknopen van het Duitse 25ste  infanterieregiment en identiteitspapieren gevonden op dode soldaten. Twee der lichte machinegeweren zullen dienst doen bij de herbewapening van de schaapstalbunker, de drie andere zullen verdeeld worden onder de eenheden die zich reorganiseren.

Om 09.45 uur is het bosje volledig heroverd en ook abri Av 11 (schaapstalbunker) is opnieuw in het bezit van de Belgen. Av 10 (molenbunker) kon niet ingenomen worden. De mannen van het 6de  Linie vinden in het bosje op de heuvel 4 Duitse gesneuvelden en enkele gewonden. Een gekwetste Duitser echter ligt achter zijn wapen verder te vuren op de naderende Belgen en men is verplicht de man te doden om aan zijn hardnekkige weerstand een einde te stellen. Twee Duitse machinegeweren worden buitgemaakt door de Belgen. Om 10.30 uur signaleert de waarnemer van het 2de  artillerie dat zowel Av 10 als Av 11 heroverd zijn. Doch weerom een half uur later, na een kort voorafgaandelijk bombardement waarbij 2 mensen van het 6de  Linie sneuvelen, bestormen de Duitsers opnieuw het bosje en worden de Belgen er nogmaals uit verdreven.

Rond 11.30 uur wordt de groep II/28 die zich aan de oostkant van het bos bevindt, zijdelings aangevallen en ziet zich verplicht tot terugtrekking. Ze worden verdreven door aanhoudende salvo’s uit vijandelijke machinegeweren. Met een aanzienlijke versterking neemt de vijand terug het bos in handen. De bevelhebber der 11de  Cie. heeft 18 vijandelijke groepen geteld die in rijen achter elkaar het bos zijn binnengetrokken (± 200 manschappen).

Rond 13.15 uur beschiet de vijandelijke artillerie het dorp met telkens drie ononderbroken bombardementen. Vliegtuigen overvliegen de stellingen, bombarderen en mitrailleren het dorp. De 10de  Cie. telt 8 doden, 17 gewonden en 3 machinegeweren buiten gebruik. In het centrum van het dorp is de toestand niet beter: 1 dode en 6 gewonden in de totaal vernielde bakkerij. Een granaat valt in de commandopost van de 9de  Cie., doodt een telefonist-seiner en verwondt luitenant Vinoelst en adjudant Geurden. Voor de commandopost zijn er 2 dode voedselbedelers en 3 gewonden, terwijl een telefonist-seiner uit de staf onthoofd werd. Meerdere gewonden werden geteld bij de 12de  en 13de  Cie. Alle telefonische verbindingen zijn verbroken. Er rest nog het radioverslag.

Dit groots opgezet vijandelijk bombardement geeft meer de indruk een artillerievoorbereiding te zijn in afwachting van de grote aanval. Majoor Desprets laat een artilleriebombardement uitvoeren op het bos, net op het moment dat de vijand wil aanvallen. De Duitsers aarzelen. Enkele groepen verlaten het bos en vorderen richting Gijzenzele. Een handgranaat ontploft voor de commandopost. Het 3de  Bataljon opent het vuur met al zijn beschikbare middelen, gekwetste Duitsers vallen neer en slepen zich terug naar het bos. Er vallen heel wat doden. De aanval stopt, de vijand sleept zijn gesneuvelden mee en keert terug in het bos. Voor het 2de  Bataljon zetten de Duitsers de aanval in vanuit Meerstraat, doch deze wordt snel afgeslagen door het hevige vuur van de verdedigers van de Betsberg en de artillerie. De vijand keert terug naar zijn vertrekstelling.

In de loop van de namiddag wordt de Duitse aanval opnieuw toegespitst op de sector Gijzenzele-Kwatrecht. De Duitse divisie voelt zich gesterkt door de aankomst van Panzer Jäger en van de schwere Artillerie, terwijl ook steun is toegezegd door de Luftwaffe.

Tegenover Gijzenzele staan ook de kanonnen van 2de  bataljon van het 67ste  artillerieregiment opgesteld. De bomen van het bos tussen Kleistraat en Veldstraat dekken hen  tegen observatie van de vijand. Niettemin worden ze toch door een waarnemer van onze 16de  infanteriedivisie opgemerkt. De vijandelijke artillerie, aanzienlijk sterker dan op 20 mei, schept nieuwe moed voor de Duitsers.

Om 14.00 uur vindt een nieuwe artilleriebeschieting van de zuidrand en het centrum van Gijzenzele plaats. Er sneuvelen vijf militairen, tien anderen worden gekwetst afgevoerd. De vijand valt terug aan vanuit het oosten op de grens tussen het 5de  Linie en het 6de  Linie en vanuit het zuiden, wordt echter tegengehouden door het hevige vuur van het 3de  Bataljon en druipt terug af naar het bos. De artillerie staakt het vuren.

Het 3de  Bataljon herschikt de stellingen en stelt enkele elementen op, naar het noorden gericht. Om 17.00 uur lopen enkele Duitsers terug in de andere richting. Even later meldt kolonel Godeau dat de noorderbuur zijn kwartier verlaten heeft en dat de noordgrens volledig onbewaakt is. De vijand rukt daar stelselmatig op onder dekking van de korenvelden. Enkele Duitse soldaten worden door onze fuseliers neergeschoten. In looppas komen de Duitsers naderbij.

Hij vraagt steun aan de divisie en verkrijgt het Eskadron Wielrijders in versterking. De bevelhebber ervan meldt zich om 19.00 uur op de commandopost en wordt om 20.10 uur opgevangen door luitenant Lonnoy. Het 3de  Bataljon neemt haar vroegere opstelling weer aan.

Mitrailleursnest (foto Soma)

De manschappen van het linkse peloton hebben hun werk, zij vuren als bezetenen. Aan de linkse zijde op meer dan 400 meter verwijderd, zien we vijandelijke groepen oprukken en even snel verdwijnen in de achtergrond van ons naburig kamp 1/5.

Bij het 5de  Linie beginnen zich op dat ogenblik symptomen van vermoeidheid te tonen. Groepjes infanteristen trekken achteruit, bezwijkend voor de zware beschieting. Tezelfdertijd komt de Duitse infanterie aanzetten: infanterieregiment 234 slaagt er in nogmaals tot Kwatrecht door te dringen. Om 16.40 uur ontvangt men op het hoofdkwartier van de 2de  infanterie divisie een alarmerend bericht van het 5de  Linie : het II/5 is uit zijn commandopost geworpen en ligt thans op de spoorwegberm tussen de schuilplaatsen B 43 en D 19.

Vijf minuten later loopt een boodschap binnen van het 6de  Linie: bij het 2de   bataljon op de Betsberg is alles oké doch het 3de  Bataljon van het 6de  Linieregiment te Gijzenzele is gedemoraliseerd; men verwacht er zich ieder ogenblik aan een aanval en vraagt artillerievuur, vooral bij het bos in halvemaanvorm waar de situatie het meest hachelijk is.

Een T. 13-tank van het Belgische leger (foto Soma)

Om 18.00 uur hernemen de Duitsers de aanval op Gijzenzele. Het 3de  Bataljon ontvangt twee T.13-tanks in steun van de Compagnie Antitank van de 2de  Infanteriedivisie. De ene wordt opgesteld bij het peloton van luitenant De Neve, de andere bij het peloton van luitenant Van Damme.

De T.13 rechts heeft het hard te verduren, want de C.47 laat het afweten. Meerdere vijandelijke groepen trachten op te rukken, doch worden steeds teruggeslagen. Toch kunnen enkelen onder hen tot aan onze eerste linies doordringen. Sluipschutters posteren zich in bomen, ze zijn bijna niet op te sporen. De eerste 2 groepen van het peloton De Neve moeten onder een voortdurende beschieting terrein afstaan. Twee vooruit geschoven groepen van het peloton Van Bril onder leiding van onderluitenant Van Saceghem, slagen erin het verloren terrein terug te bezetten zonder noemenswaardige reactie van de Duitsers.

Op het kruispunt van de baan Gontrode-Gijzenzele op 400 meter ten oosten van de spoorweg (Potaardewijk) treft kolonel Godeau onderluitenant De Neve en zijn manschappen aan. Hij geeft hen zo'n hevige uitbrander dat de soldaten hem wenend smeken hen hun fout te vergeven. Hij neemt onderluitenant De Neve zijn kentekens af, en roept hem terug te keren naar zijn stelling om er zijn sterren terug te winnen. In looppas verdwijnen ze terug naar Gijzenzele.

De vijand heeft zich weer teruggetrokken in het bos en het hevige strijdgewoel van de namiddag maakt plots plaats voor een relatieve stilte 's avonds. De stelling is ongeschonden, maar er zijn talrijke verliezen. Toch is het moreel goed. De Duitsers blijken toch niet zo onoverwinnelijk te zijn en dat schept terug vertrouwen.

Rond 19.00 uur bereikt het wielrijders-eskadron van de 2de   infanteriedivisie het dorp. Een peloton zal worden geplaatst tussen het 28ste  en dat van Van Saceghem, het andere peloton zal de linkerzijde versterken. Luitenant Lonnoy die naar de hulppost was gestuurd, brengt een peloton terug van het 1/5e  (onderluitenant Denies). Majoor Desprets geeft deze officier opdracht zijn verlaten stelling terug in te nemen. Gedurende de nacht probeert de vijand nog enkele doorbraakpogingen onder gebruik van mitrailleurs en machinegeweren, enig artilleriegeschut en veel meerkleurige vuurpijlen.

Vandaag heeft het 3de  Bataljon 29 manschappen verloren, 85 anderen zijn gekwetst. De 10de  Compagnie wordt om middernacht versterkt met een peloton mitrailleurs van de 13de  Compagnie.

 

Woensdag 22 mei 1940 : ontruiming van het T.P.G.

De ochtend breekt aan.  

Kwatrecht is in handen van de Duitsers en praktisch alle schuilplaatsen worden door hun infanterie bezet. Alleen de abri A 40 (juist naast de spoorlijn, in de voortuin van de Landbouwschool) wordt nog verdedigd door de Belgen. De toestand is vooral kritiek bij het 1/5 dat de sector tussen de Landbouwschool en Gijzenzele-Dorp moest houden. De vijand is er in geslaagd een wig te drijven tussen het I/5 en het III/6 zodat de verdedigers van Gijzenzele met omsingeling worden bedreigd. In de late namiddag worden daarheen ijlings versterkingen gezonden: het Escadron Cyclisten/ 2de  infanterie divisie en het verkenningspeloton van het 5de  Linie.

Beslissingen op hoger vlak

Terwijl in het T.P.G. zelf zo hevig tegenstand was geboden dat de Duitsers slechts plaatselijk enige terreinwinst konden boeken en er niet in geslaagd waren de doorbraak naar de stad Gent te forceren, werden ver achter het front beslissingen getroffen die een bepalende invloed zouden hebben op het verder verloop van de strijd in onze regio.

Op 21 mei, tijdens de bijeenkomsten van de Geallieerde legeraanvoerders te leper viel de beslissing: het Belgisch Leger zou zich terugtrekken achter de Leie. De versterkte linie ten zuiden van Gent verloor bijgevolg haar belang en moest worden prijsgegeven.

Geleden verliezen gedurende deze harde dag van 21 mei:

Hoofdkwartier III/6e

1 dode

2 gewonden

9de  compagnie

12 doden

40 gewonden

10de  compagnie

8 doden

17 gewonden

11de  compagnie

geen doden

1 gewonde

12de  compagnie

3 doden

6 gewonden

13de  compagnie

2 doden

12 gewonden

Peloton II/28

3 doden

6 gewonden

Hetzij een totaal van

29 doden

84 gewonden

De Duitse division plant het begin van de aanval om 07.00 uur, met het zwaartepunt bij infanterieregiment 192. Het zwaartepunt van de Duitse aanvallen wordt dus nogmaals verlegd: de hoofdstoot zal niet meer worden gegeven te Kwatrecht, noch te Gijzenzele, doch tussen de Betsberg en de spoorweghalte Moortsele, Via Moortsele - Landskouter - Lemberge zal men dan Merelbeke trachten in te nemen.

In de vroege ochtend komt een compagnie wielrijders van het 3de  Bataljon van de Ardense Jagers voorbij de stellingen te Gijzenzele en neemt stelling aan de noordrand van het dorp. Rond 06.00 uur gelast majoor Desprets het peloton Papejans de Morckhove van de wielrijders der 2de  infanteriedivisie met de opdracht het gisteren verloren terrein terug te bezetten.

Na een krachtige inzet van onze artillerie trekken de wielrijders van de 2de  infanteriedivisie  onder leiding van luitenant Papejans, vergezeld door een groep vrijwilligers, ten aanval. De vijand biedt geen weerstand. In het bos vinden ze vele dode Duitse soldaten. Geen enkele gewonde. Die zouden vervoerd zijn met vrachtwagens, althans volgens commandant Dubois. Om 15.00 uur brengt Luitenant Papejans schouderplaten afkomstig van het Duitse 152ste  infanterieregiment, wapens (F.M.), papieren, helmen, enz. mee en maakt ze over aan Majoor Desprets.

Het is kalm op de stelling. Sporadisch vallen enkele schoten van automatische wapens. Men maakt gebruik van deze adempauze om de stellingen te herstellen en te verbeteren.

Gedurende de dag beschieten enkele vijandelijke groepen – die zich ophouden nabij het bos – onze stellingen met tussenpozen.

Om 18.00 uur voert de regimentscommandant een ronde uit langs de eerste lijn, kolonel Godeau laat de commandopost 3de  Bataljon, die te veel blootgesteld wordt aan de vijand,  verhuizen naar een meer beschutte plaats. Ook worden de bataljons bevoorraad: het 3de  Bataljon ontvangt naast voedsel en munitie, vier nieuwe FM's

Vanaf 18.30 uur flakkert te Gijzenzele het geweervuur op en komt een groot aantal granaten neer op het dorp. Weldra staan enkele woningen in lichterlaaie. De verdedigers van het "centre anti-char Gijzenzele" worden zenuwachtig en beginnen te vuren met alle wapens. Na het invallen van de duisternis kunnen de chefs hun mannen kalmeren en de wilde schietpartij houdt weldra op. Nu en dan klinkt nog een enkel geweerschot van Duitse zijde of wordt de nachtelijke stilte verbroken door een ontploffende granaat.

In de sector van de Belgische 2de  infanteriedivisie signaleert het 1ste bataljon/5de  Linie pas rond 08.30 uur troepenbewegingen aan Duitse zijde en wordt hulp gevraagd aan de artillerie om twee machinegeweren te verdrijven, opgesteld bij de maalderij De Pauw langs de Oosterzelesteenweg. Tussen de Landbouwschool en Gijzenzele ziet men ook vijandelijke groepjes die zich verplaatsen. In Gijzenzele-Dorp staan de verdedigers van het “centre anti-char” gereed: een bataljon van het 6de  Linie, versterkt door het Eskadron Cyclisten/2de  infanterie divisie. Het 1ste  peloton van dit Eskadron Cyclisten zit in de huizen op de zuidoostelijke rand van het dorp; in de achtergevels welke naar het front gericht zijn, werden schietgaten gemaakt en men is ook begonnen met het graven van verbindingsloopgraven tussen de verschillende tuintjes der woningen. Pelotons 2 en 3 heeft men gebruikt om de rondom-verdediging van het dorp aan te vullen terwijl het Peloton Mi, onder bevel van adjudant De Boodt, zich aangesloten heeft bij de Cie Mi/6de  Linie ten westen van de huizenkern. Drie T.13’s staan op de toegangswegen tot het dorp.

Dichter naar de Betsberg toe trachten de Duitsers hun vermisten te zoeken op het gevechtsterrein van de vorige dag. Geen gemakkelijke opdracht omwille van de hoogopgeschoten korenvelden, waarin mogelijk gekwetsten of gesneuvelden zijn achtergebleven. Daarenboven bestrijkt het hevig Belgisch vuur het hele gebied waarin de Duitsers koortsachtig zoeken.

Verder verloop van de dag :

“Aan beide zijden van het front wordt op hogere echelons ijverig gewerkt aan de voorbereiding van de thans voor de boeg staande operatie: voor de Belgen de terugtocht naar de Leie - voor de Duitsers: de beslissende aanval richting Gent. Op lokaal vlak worden nog kleine operaties uitgevoerd.

Rond die tijd, hier wat vroeger, daar wat later, ontvangen de Belgische gevechtseenheden het bevel van de op handen zijnde grote terugtocht. Nogmaals zullen onze soldaten een stelling moeten ontruimen waarvan ze ondervonden dat ze verdedigbaar was; op sommige plaatsen heeft die stelling zelfs helemaal geen gevechtscontact gehad. Bij de officieren is de stemming niet opgewekt: hoe dit manoeuvre uitleggen aan de manschappen zonder al te veel ontmoediging te scheppen ? Het ontruimingsbevel was reeds vroeg in de namiddag aangekomen op het hoofdkwartier van het VIde Legerkorps.”[1]

Het vlot uitvoeren van de operatie was een moeilijke opdracht gezien het wegennet niet geschikt is om massale troepenverplaatsingen op korte tijd op te vangen en ook omwille van het gering aantal bruggen over de Schelde bezuiden Gent.

Rond 20.00 uur krijgt majoor Desprets het bevel tot terugtrekking naar Nevele (Leie). Men vertrekt rond 23.00 uur. Eén peloton per compagnie blijft op de achterhoede onder leiding van commandant Dubois met versterking van 2 T.13’s.

Het 2de  eskadron  Cyclisten (2de  infanterie divisie) moet de aftocht dekken te Gijzenzele vanaf 01.00 uur in de morgen. Het verslag van de eenheidscommandant geeft goed de atmosfeer weer en de omstandigheden waarin de terugtocht verloopt: twintig minuten na middernacht ligt Gijzenzele onder intens artillerievuur.

Op het rechteruiteinde van het dorp staat een woning in brand; de vlammen slaan over op andere huizen en de straat waarin zich de commandopost bevindt wordt spookachtig verlicht door de vlammengloed. Op bevel van commandant Van Bever begeven het 2de  en 3de  Peloton zich om 01.00 uur op weg vanaf hun stellingen op de rand van het dorp. Luitenant Papejans verlaat met zijn 1ste  Peloton als laatste het dorp onder dekking van de T.13's. Het 2de  en 3de  peloton en het peloton Mi (zware mittrailleur) verzamelen ondertussen bij de fietsenstelplaats op de wijk Mellehoekske. Ongeveer 400 m buiten Gijzenzele ligt een gevechtsgroep over de weg, onder bevel van wachtmeester Vermeulen. Eens iedereen verzameld, rijden de Cyclisten via de Potaardewijk naar Landskouter waar ze om 01.45 uur aan de spoorweg aankomen. Voorzichtigheidshalve worden een paar F.M.'s opgesteld aan de overweg; de rest van de mannen gaat op de harde ballast liggen. De jongens zijn zo moe dat ze direct in slaap vallen. Het moreel is nochtans uitstekend.

Rond 02.10 uur komt Papejans ook aan: de “terugtrekking” is perfect verlopen en Gijzenzele was stil op de het ogenblik van het vertrek! Tien minuten later begeeft het Eskadron Cyclisten zich verder op weg via Lemberge-Bottelare-Schelderode, om er bij het krieken van de dag over de pontonbrug te rijden.

De Belgen zijn er in geslaagd de Duitsers op een dwaalspoor te brengen door een geheimgehouden aftocht, in perfecte stilte verlopend voor het gros der troepen, terwijl enkele kleine detachementen de valse indruk geven dat het front nog verder bemand wordt.

Hadden de Duitsers dan geen aandacht geschonken aan de zwaar dreunende vernielingen achter de Belgische lijnen ? Of was de betekenis van die ontploffingen hun helemaal ontgaan?

Langs Duitse zijde…….

“De aanval gaat helemaal verlopen zoals gepland vorige dag! Snel verplaatst de Duitse Staf zich van Oordegem naar de heuvel tussen Sint-Lievens-Houtem en Letterhoutem om vandaar uit de doorbraak te volgen. Oberst Wolff van zijn kant gaat in de vroege morgen de compagniecommandanten opzoeken die straks in de voorste gelederen zullen oprukken. Daarbij valt het hem wel op dat de vijand zich erg stil houdt nadat hij tijdens de nacht nog levendig heeft gevuurd.

Om 05.30  uur telefoon vanwege General Geyer : bij de 30ste  Infanteriedivison heeft men ontdekt dat de voor haar liggende Belgische lijnen ontruimd zijn! Als de bliksem slaat dit bericht in op het hoofdkwartier van de 56ste  infanteriedivisie: wat is er gaande in de vijandelijke stellingen ? Waar zijn de berichten van de eigen verkenners en wat nu gedaan met de geplande aanval?

Verkenningspatrouilles worden uitgezonden door infanterieregiment 192: ze ontdekken dat niet alleen de Belgische schutterskuilen, doch ook de bunkers leeg zijn! Om 06.35 uur loopt dit bericht binnen op het hoofdkwartier van de divisie. Men slaagt er nog net in de artillerie te verwittigen die de infanterie rechtstreekse steun moest verlenen; de artillerieafdelingen die ver in het hinterland moeten vuren kan men echter niet meer verwittigen. Vermits dit echter geen gevaar kan opleveren tijdens de aanval door de eerste Belgische linies heen, mag de divisie om 06.46 uur het bevel tot verder oprukken doorgeven: per radio vertrekken de bevelen !

[1] Uit “Mei 1940 Ten zuiden van Gent door Jacques De Vos

Daar infanterieregiment 192 gemakkelijk naar het noordwesten doorstoot, krijgt infanterie-regiment 171 opdracht over Vurste naar de brug van Eke op te rukken. Zoekcommando's voor het begraven der gevallenen van 21 en 22 mei blijven achter; de rest van het regiment verzamelt te Landskouter en marcheert in gesloten gelederen naar Vurste. De smalle kasseiwegen kennen drukke dagen.

Infanterieregiment 234 zet eveneens de opmars verder om 07.00 uur. Geen vijand meer! “[1]

Tot Gontrode wordt opgerukt met omzichtigheid; eens daar, wordt over Lindenhoek-Melsdries-Ledeberg de weg naar Gent ingeslagen. M.G. Bataillon 6 bereikt zonder enige tegenstand Gavere waar de Scheldebrug is vernield. Kleine stoottroepen varen naar de overkant en bouwen een bruggenhoofdje uit. Intussen waren bevelen gegeven voor de inname van de stad Gent

 
[1] Uit “Mei 1940 Ten zuiden van Gent” door Jacques De Vos

Stille getuigen…

“Dat waren op de eerste plaats de eenvoudige houten kruisjes die, alleen of in groepjes, her en der verspreid stonden. Voor de meeste van hen heet het dat ze hun plicht gedaan hebben. Maar voor de familieleden bleef het resultaat hetzelfde: droefheid om het verlies van een medemens..

De kerk van Gijzenzele na de beschietingen

(foto kerkarchief Gijzenzele)

 

“Dat waren op de eerste plaats de eenvoudige houten kruisjes die, alleen of in groepjes, her en der verspreid stonden. Voor de meeste van hen heet het dat ze hun plicht gedaan hebben. Maar voor de familieleden bleef het resultaat hetzelfde: droefheid om het verlies van een medemens..

Meestal herinnerde een doorschoten helm aan de man die daar rustte onder het grafheuveltje.

Het aantal Duitse graven was verrassend groot.

De gevluchte burgerbevolking kwam weldra terug. Voor sommige inwoners betekende het een schok wanneer ze hun gehavend bezit terugvonden. De commentaar bleek vaak bijzonder bitter, vooral wanneer duidelijk werd dat de baldadigheden of plunderingen door landgenoten waren gepleegd.

Zij die gespaard gebleven waren in hun bezittingen, gingen nieuwsgierig kijken hoe het er in de gevechtszone uitzag en men beleefde een korte periode van “battle-field toerisme”.

Een deel uit de aangiftelijst van oorlogsschade (Gemeentearchief Oosterzele)

“Rond de geblakerde resten van de maalderij langs de smalle steenweg naar Gijzenzele hing een scherpe brandlucht. Een paar honderd meter verder, rechts van de straat en langs een rij wilgentronken aan een weide, lag een hele rij Duitse graven. Het was duidelijk dat de gesneuvelden pas werden begraven nadat ze van hun persoonlijke uitrusting werden ontdaan. Allerlei rommel slingerde er nog in het stof: een stuk verbogen bajonet, een gescheurde lederen riem, resten van een gasmasker of een sliert vuil verbandgaas. Strandgoed van de oorlog. Nog dichter bij Gijzenzele blonk een stapeltje Belgische munitie - slanke C 47 projectielen. In het dorp, achter de ijzeren deur van een transformatorhuisje lag een massa afgeschoten geweerpatronen. Daar had ongetwijfeld een scherpschutter verscholen gezeten om zijn dodelijk werk te verrichten.

En overal kon men de schutterskuilen zien: meer gecompliceerde en grote voor granaatwerpers of mitrailleurs, of zeer kleine compacte kuiltjes typisch voor de Duitse infanterist, meestal slechts een klein zitje uitgegraven naast een knotwilg waar het terrein een klein niveauverschil vertoont.

Doch het leven hervatte weldra zijn gewone gang. De oogsttijd leverde nog een laatste reeks herinneringen aan voorbije dagen : wanneer het rijp koren werd gepikt kwam links en rechts een stukje loopgraf of een schutterskuiltje tevoorschijn waarin een man eenzaam en ongemerkt was gestorven.

Nog later werden de gesneuvelden bijeengebracht. De Belgen kwamen op de dorpskerkhoven van de streek terecht of werden naar hun woonplaats overgebracht. De Duitsers legden een “ Ehrenfriedhof “ aan in de voortuin van de Provinciale Landbouwschool te Wetteren Kwatrecht; uit de onmiddellijke omgeving werden de gesneuvelden gegroepeerd, later aangevuld met een aantal Duitsers. gesneuveld of gestorven in het arrondissement Sint-Niklaas/Dendermonde. In 1948 zouden ze definitief overgebracht worden naar het groot militair kerkhof te Lommel en verdween de begraafplaats aan de Landbouwschool.

De toren van de kerk van Gijzenzele. Het zou tot halfweg de jaren ’60 duren eer de herstelling rond waren. Tijdens de herstellingen werd een ‘obus’ uit de toren gehaald. (foto kerkarchief Gijzenzele)

Alleen de bunkers van het T.P.G. hebben stand gehouden tot op de dag van heden. De geur van vochtig stro, wapens, olie en ledertuig is er sinds lang uit verdwenen en ze zien er ook wat vervallen uit: de stalen deuren en pantserkoepels  werden tijdens de bezetting door Duitse arbeiders als schroot weggehaald en deuropeningen en schietgaten werden dichtgemetseld, alsof de bezetters bevreesd waren dat uit die bunkers nog het vuur zou worden geopend. Een zeldzame abri zal nog een rol spelen voor het Verzet, tot het verbergen van wapens gedropt door Geallieerde vliegtuigen in 1944. Doch dan is alles voorbij.

Na de oorlog opende menig landbouwer de bunker op zijn terrein om er een bergplaats voor aardappelen van te maken; de valse muren van de camouflage werden samen met het pannendak weggehaald om ergens anders als bouwmateriaal te dienen zodat alleen een betonblok overbleef. De schuilplaatsen werden gedemilitariseerd en te koop gesteld door de Domeinen.

Een paar van de abri's vielen onder de drilboor bij verbreding van de weg. Toch blijft het merendeel van die bunkers er nu nog staan, als stille getuigen van de strijd van mei '40 om het Bruggenhoofd Gent.…….”[1]

[1] Uit “Mei 1940 Ten zuiden van Gent” door Jacques De Vos

De afbraak van een bunker… (foto Dirk De Ganck)