|
De slag om Gijzenzele van 19 tot 21 mei 1940 |
| De hieronder
weergegeven tekst werd - met toestemming - integraal overgenomen van een
publicatie door "HET GIJZELS GENOOTSCHAP VAN DE KERKUIL" naar
aanleiding van de herdenking van de slag van Gijzenzele (19 ... 21mei
1940)
Werkten mee aan de totstandkoming van
deze informatiebundel: Dirk De Ganck - Marc Van Gaver - Johan Van Durme -
Petra Van Bever Willy Bockstaele - Willy Van De Vijver - Piet De
Landsheere. Een bijzondere dank gaat naar historicus Erik
Janssen en Luitenant-kolonel Manu Cammaert voor hun zeer kundige bijdrage. Mei
2006 |
|
“Van Astene aan de Leie tot Eke bij de Schelde en verder doorlopend over Semmerzake, Munte, Oosterzele tot bij Kwatrecht : Tête de Pond De Gand…..T.P.G. …Bruggehoofd Gent.” |
||||||||||||||||||||||||||
|
10 mei 1940 |
||||||||||||||||||||||||||
|
Situatie van het Bruggenhoofd Gent op 7 mei 1940. De Duitse aanval
rolt sinds vroeg in de morgen. Boven het T.P.G. exploderen met scherpe
knal luchtafweergranaten rond overtrekkende vliegtuigen. Onze 16de
infanteriedivisie, opgesteld langs de bunkerlinie in de sector
tussen de Boven-Schelde en de Leie, legt veldversterkingen aan. Ten zuiden van Gent
ligt de versterkte linie, sector Semmerzake-Wetteren, nog steeds verlaten.
Onder de inwoners van de streek zijn er geen sporen van paniek, althans
nog niet op dit ogenblik : de aanvaller zal wel tot staan worden gebracht
aan het Albertkanaal. Trouwens de eerste legercommuniqués laten ook uitschijnen dat men de toestand volkomen meester is.[1]” [1] Uit “Mei 1940 Ten zuiden van Gent” door Jacques De Vos |
||||||||||||||||||||||||||
|
Woensdag 15 mei 1940 |
||||||||||||||||||||||||||
|
“Op
de Staf van de Divisie wordt de ganse nacht gewerkt om de eerste bevelen
klaar te krijgen in verband met de
opstelling in het Bruggenhoofd Gent. Verschillende
eenheden waaronder het 7de
, 11de en
15de Linieregiment welke de sector Gijzenzele toegewezen kregen
zullen op andere plaatsen worden ingezet. Dit alles heeft te maken met de
steeds wisselende toestand aan het front. Enkel de Genie dient
de nodige verkenningen uit te voeren, en alle geniewerken moeten klaar
zijn tegen dageraad van 19 mei. De tankcompagnies
(met een C 47 kanon op een T 13 onderstel) moet zich opstellen als volgt -
2 T13’s
aan de Brusselse steenweg te Melle -
2 T13’s te Bottelare - 3 T13 zullen bij het eskadron cyclisten in steun blijven.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Donderdag 16 mei 1940 |
||||||||||||||||||||||||||
|
Deze dag betekent
voor de Belgische eenheden een dag van organisatie der onderkomens,
aanleggen van telefoonverbindingen, verkenning door de officieren en
bespreking op de commandoposten. Weldra zullen de
schuilplaatsen van het T.P.G. dienst moeten doen en zullen de divisies in
het bruggenhoofd op de Scheldelijn moeten tonen uit welk hout ze gesneden
zijn. De storm nadert….. |
||||||||||||||||||||||||||
|
Vrijdag 17 mei 1940 |
||||||||||||||||||||||||||
|
Om half vier in de morgen van 17 mei worden de mannen uit hun loden slaap gewekt: alarm! De schuilplaatsen van het T.P.G. moeten onmiddellijk worden bezet”[1]. [1] Uit “Mei 1940 Ten zuiden van Gent” door Jacques De Vos
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Zaterdag 18 mei 1940 |
||||||||||||||||||||||||||
|
De 4de
infanteriedivisie neemt de definitieve schikkingen voor de komende
strijd. Alle schuilplaatsen worden bezet. Het 3de
bataljon van het 6de
linie krijgt het bevel tot vertrek naar Gijzenzele, via Gijzegem,
Lede en Smetlede. Op de weg naar Gent zien de soldaten de rookwolken
afkomstig van petroleumtanks. De afstand schijnt zeer lang. De soldaten
zijn doodop. De avond van 18
mei, voor het T.P.G. zijn dit de laatste uren voor de storm. Uit het
oosten naderen de vermoeide infanteristen van de 2de en de 5de infanteriedivisie,
achter zich een spoor nalatend van wegversperringen en vernielde bruggen,
op korte afstand gevolgd door de overwinningszekere Duitse troepen. Nog diezelfde dag steken de Duitsers het kanaal van Willebroek over: de strijd om het Bruggenhoofd Gent kon beginnen. Zondag 19 mei 1940 Op 19 mei zijn alle
eenheden op hun eindbestemming. Het VIde
Legerkorps bezet het terreingedeelte ten zuidoosten van de Schelde.
De 5de Infanteriedivisie
komt omstreeks 11.00 uur uitgeput aan te Semmerzake-Munte en krijgt enkele
uren rust. De 4de Infanteriedivisie stelt zich op tussen Munte en Betsberg en de 2de
Infanteriedivisie ter hoogte van de Betsberg, Gijzenzele en de
Schelde te Kwatrecht met in het noorden het 5de
Linie, in het zuiden het 6de Linie en in tweede lijn het 28ste
Linie. Het 3de
bataljon van het 6de
linie komt rond 04.00 uur aan te Gijzenzele. Enkele gewonden
vervoegen de rangen. Men hoopt dat alle achterblijvers Gijzenzele zullen
bereiken alvorens het te laat is. De soldaten zijn reeds drie dagen
onderweg en de voedselvoorziening blijft uit. In Keerbergen-Werchter
werden de soldaten voor de laatste keer bevoorraad. Het bataljon is niet
meer wat het zijn moet. De strijdvaardige mannen zijn fel uitgedund en
verlies aan wapenuitrusting werd vastgesteld. Het 6de Linieregiment bestaat nog uit twee infanteriebataljons en een bataljon tuigen, echter zonder mortieren 76 mm. De geplande versterkingen en aanvullingen komen niet toe. De gemiddelde mansterkte wordt op 150 per compagnie fuseliers geschat, de 12de compagnie op een honderdtal manschappen, hetzij in totaal een 600 man voor het ganse bataljon III/6. De
2de divisie
vertrok rond 17.00 uur op 18 mei in de streek van Gijzegem om zich
te voet te begeven naar haar verdedigingssector
Kwatrecht-Gijzenzele. Ook de “Jagers te voet” doen hun naam eer
aan en komen na een lange etappe aan in de streek van Semmerzake. De
manschappen zij totaal uitgeput. Er zal echter geen
tijd over blijven om uit te blazen. De vijand staat reeds aan de
horizon en is niet uitgeput zoals ons voetvolk. Twaalf vrachtwagens, dertien
moto's, waaronder drie side-cars, 48 fietsen en alle door paarden
getrokken karren (waaronder veertien mitrailleurs-caissons, de acht
caissons
mortieren M 76 en
acht veldkeukens) van het 3de
Bataljon, het 4de Bataljon
en de stafcompagnie zijn achtergebleven. Van de bewapening ontbreken drie Een gemiddelde van 8 mitrailleurs per compagnie is nog ter beschikking i.p.v. de oorspronkelijke 12. Het rollend materieel bestaat niet meer en er resten enkel nog een paar karretjes van landbouwers uit Keerbergen. “De te bezetten stelling is bewaakt door eenheden Grenswielrijders: ze
hebben enkele schetsen gemaakt en overhandigen deze omstreeks 06.00 uur
aan de bataljonscommandanten van het 6de
Linie. Aan de hand van deze schetsen kunnen ze hun bevelen geven
ten einde de nieuwe stelling te organiseren en te verdedigen. Van de
"Tête de Pont de Gand" zijn voor de oorlog gedetailleerde
opstellings- en bezettingsdossiers gemaakt, die eveneens de sleutels van
de schuilplaatsen bevatten. Deze worden nooit ontvangen. De
"Cointet"-barrière en de tetraëders[1], die een antitankhindernis moesten vormen, zijn niet geplaatst. Deze
werden gebruikt op de KW-stelling[2] en werden niet geleverd voor het TPG.
Gelukkig
kent kolonel Godeau de stelling op zijn duimpje: voor de mobilisatie
werkte hij gedurende zes jaar bij het 2de
Département de Génie de Fortifications en is zo nauw betrokken
geweest bij het ontwerpen van de "Tête de Pont de Gand", een
grondige kennis die het regiment ten goede zal komen.”[3] [1] De
"Cointet"-barrière : waren stalen hekken. Deze Belgische
poorten, zoals ze ook werden genoemd, gaven de KW-linie haar bijnaam
"de IJzeren Muur". In 1933 uitgevonden door de Franse
generaal Leon Edmond de Cointet de Fillain werden ze vaak in België
gebruikt. [2] ijzeren verbinding tussen Koningshooikt en Waver [3] Uit “Mei 1940 Ten zuiden van Gent” door Jacques De Vos |
||||||||||||||||||||||||||
|
In
Gijzenzele werkt
men op volle toeren. Om 08.00 uur zijn de verkenningen reeds beëindigd. Met uitzondering van het prikkeldraadnet en de betonnen schuilplaatsen stellen de veldwerken niet veel voor. Het veldwerkmateriaal is onderweg verloren gegaan. Om toch materiaal te hebben om de werken aan te vatten schuimt men de omliggende boerderijen af en eisen de officieren spaden, schoppen, houwelen, rieken, bijlen, zagen en ander landbouwgerief op. Eerst begint men het schootsveld op te ruimen en dan te graven.[1] De manschappen zijn moe en hongerig, maar beseffen dat van de voorbereidingsgraad van de stelling hun leven kan afhangen en werken dus hard door. Stafkaart 1940 – met o.a. het halve-maanbos (kaart Simon Stevinstichting) [1] De opruiming van het schootsveld is de grootste bezorgdheid van de regimentscommandant. De gewassen staan al een 80 cm hoog en men ziet niet veel. Het terrein is gunstig voor infiltratie. De geplande veldwerken werd onder druk van de lokale politici afgelast, die de stemmen van de landbouw nodig hadden voor de verkiezingen. Vanuit Gijzenzele-dorp heeft men zicht tot aan de bunkers AV 10 – 11 – 12 die de kam vormen langs de baan Wetteren-Oosterzele. |
||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Het
2de Bataljon
arriveert om 07.00 uur te Landskouter en stelt zich te paard op, op de weg
Oosterzele-Gontrode, op de Betsberg. De hulppost van het 2de
Bataljon heeft een onderkomen gevonden in de graanstokerij Van De
Velde op de Betsberg en opent om 08.00 uur, er is ontsmettingsalcohol
genoeg…. [1] Het
3de Bataljon is in
tegenhelling opgesteld: 1.
van links, 200 meter ten noorden van het halfmaanvormig bos tot 2.
rechts, 300 meter ten zuiden van de oude molen van Gijzenzele (AV
10). De
bataljonscommandant heeft als opdracht een anti-tankstelling op te bouwen
en deze kost wat kost te verdedigen. Om 10.00 uur ontvangt ze de 13de
Compagnie en een peloton C 47 mm (met slechts drie stukken) van de
14de Compagnie in
steun, wat een gevoelige stijging van het aantal aan mitrailleurs met zich
meebrengt.[2] Links wordt de 9de en de 12de Compagnie (zonder mitrailleurs) opgesteld, samen met twee C 47 mm. In het midden staat de 10de Compagnie en rechts staat de 11de Compagnie met één C 47 mm opgesteld. Al de kazematten worden bezet met ploegen van de 13de Compagnie: de bunker van het klein bos (AV 11 ) met twee mitrailleurs, de bunker van de molen (AV 10) met twee mitrailleurs, de drie bunkers rechts van het dorp met vijf mitrailleurs en één FM en de bunker rechts van de stelling van de 11de Compagnie met één mitrailleur en één FM; 1 bunker in Gijzenzele met 1 mitrailleur en 1 machinegeweer = commandopost van III/6. [1] 19 gekwetsten waaronder één Duitser zullen er opgevangen worden; één dode zal er geborgen worden. [2] De 13de Compagnie heeft er op dat ogenblik nog 14.
Voor
de stelling worden twee voorposten uitgezet. De ene (P1) wordt bezet door
twee gevechtsgroepen van het Eskadron Wielrijders van de divisie onder
leiding van adjudant kandidaat-beroepsofficier Daems, terwijl de andere
(P2) bemand wordt door de resten van het Peloton Verkenners van het 6de
Linie. Hun opdracht bestaat erin vijandelijke voorhoedes voor de stelling
te melden en verkenningen af te weren. De
hele opstelling is omstreeks 11.00 uur bezet. Majoor
Desprets installeerde zijn commandopost in Gijzenzele-dorp. Hij heeft
echter een schrijnend gebrek aan transmissiemiddelen, zodat hij zich enkel
in verbinding kan stellen met de commandopost van het regiment en van de
10de Compagnie. De
majoor richt een aanvraag aan het regiment om bevoorrading. Omstreeks
14.30 uur komt het bericht binnen dat uit de richting van
Sint-Lievens-Houtem vier tanks vorderen. Twee verkenningspatrouilles
worden ten oosten van de weg Oosterzele-Wetteren uitgestuurd, maar deze
hebben niets te melden.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Gezien er nog steeds geen bevoorrading is gebeurd bij het 3de Bataljon wordt de verlaten bakkerij opengebroken. In de compagnies wordt beroep gedaan op soldaten die de bakkersstiel kennen en met de achtergelaten ingrediënten wordt er voor heel het bataljon brood gebakken, tot groot genoegen van de manschappen.
|
||||||||||||||||||||||||||
| Situatie van de Belgische stelling op 19 mei.
De gele banden op de kaart vormt de 1ste en 2de
lijn tussen Kwatrecht en de Betsberg De grens tussen het 5de
Linieregiment (Kwatrecht) en het 6de
Linieregiment (Gijzenzele) loopt vanaf de Schoolstraat over de
Langestraat – Bosstraat zo naar de Geraardsbergse steenweg te Gontrode
(Melle). De bunkers A 38 (Schoolstraat) en D 17 (Langestraat) werden
bemand door het 5de Linieregiment. Te Gijzenzele zit in eerste lijn het 3de
bataljon van het 6de
Linieregiment; te Kwatrecht eveneens het 3de
bataljon van het 5de
Linieregiment. In steun voor Gijzenzele (2de
lijn) ligt te Landskouter het 28ste
linieregiment. De vooruitgeschoven posten P1 en P2 bevinden zich respectievelijk in de omgeving van het kruispunt Reigerstaat / Geraardsbergse steenweg / Groenweg (Vinkemolen) en in de omgeving van het kruispunt Reigerstraat /Bavegemstraat / Moortelbosstraat (Anker).
|
||||||||||||||||||||||||||
| Maandag 20 mei
Situatie van de Belgische strijdkrachten
In
het centrum van Gijzenzele ligt het 3de bataljon van het 6de
Linieregiment met de 9de, 10de en 11de
compagnie. Links van het dorp ligt het 2de bataljon van
het 6de Linieregiment met de 5de, 6de en
7de compagnie. Rechts van het dorp zit het 1ste
Bataljon van het 5de Linieregiment met de 1ste, 2de
en 3de compagnie.
De aanval wordt frontaal op Gijzenzele verwacht vanuit de Kwaadbeek te
Oosterzele In
Gijzenzele bleef alles rustig, niets te melden. Een rustige voormiddag. De
regimentscommandant voert een inspectie uit van de bataljons en lijkt
tevreden. Om
09.30 uur melden burgers aan post P 1 dat op zo'n drie kilometer voor de
stelling een Duitse moto op een mijn is gelopen. De zaak wordt nagetrokken
door een patrouille. Ze vinden een vernielde sidecar met twee gesneuvelde
Duitsers. Hun automatische wapens en hun papieren worden meegenomen en
afgegeven op de commandopost 6de
Linie. Om 12.30 uur melden de verkenners dat ze uit P 2 acht
vijandelijke sidecars hun post hebben zien naderen. Ze verlaten hun
stelling, maar worden teruggestuurd. Het is echter te laat. Als ze hun
stellingen opnieuw willen bezetten, is de post al ingenomen door Duitsers:
P 2 is verloren. In
de vroege namiddag wordt de stelling overgevlogen door Duitse vliegtuigen,
daarna keert de stilte weer terug. Om 14.00 uur wordt post P 1 hevig
beschoten. Kolonel Godeau beveelt deze te ontruimen. Plots wordt
Gijzenzele hevig beschoten door artillerievuur, verschillende huizen,
waaronder dat van de pastoor, worden beschadigd. De pastoor zelf, de enige
inwoner die ter plaatse is gebleven, wordt gekwetst en na verzorging in de
hulppost van het 3de Bataljon
afgevoerd naar de commandopost van het regiment. Ondertussen
leggen de Duitsers een dicht rookscherm aan ter hoogte van de baan
Oosterzele-Wetteren en vallen aan gebruik makend van vlammenwerpers. De
bunkers aan het klein bos (AV 11) en aan de oude molen (AV 10) worden
omcirkeld en ingenomen. Een tiental man wordt hierbij krijgsgevangene
gemaakt, maar de gevechtsgroep die de bunker van het klein bos bezet, kan
zich vrijvechten en voegt zich terug bij het 3de
Bataljon. Het
Duits bataljon geeft snel een bericht door naar achter : “sterke
tegenstand uit bunkers en loopgraven”. De opmars van de Duitsers verliep
zo snel dat hun artillerie nog niet is aangekomen. Enkel een
vooruitgeschoven groepje verkenners komt ijlings naar voor om een
geschutsstelling te verkennen. Het
Duitse infanterieregiment 171 speelt ook een rol. Via Wieze, Lede,
Vlierzele, Bavegem, komt het naar de Veldstraat te Oosterzele. Het krijgt
de opdracht rechtdoor te stoten naar de wijk Kwaadbeek, terwijl het 2de
Bataljon 171 richting Landskouter zal nemen. Het 1ste Bataljon komt
terecht in flankerend vuur van de schuilplaatsen te Gijzenzele. De
vijand dringt door in de stelling van het 3de Bataljon en slaagt erin het klein bos te bezetten. De
waarnemers van Gijzenzele hebben de vijandelijke batterij ontdekt die
ononderbroken het dorp onder vuur neemt. Er komt versterking van
artilleriegeschut met als voornaamste doelstelling het bos en de ontdekte
batterij, die zich ten oosten van de weg naar Geraardsbergen bevindt,
onder vuur te nemen. De schoten treffen doel, het bosje lijkt geschoren,
de vijandelijke batterij houdt op met vuren en verplaatst zich. Rond
19.00 u vermindert het vijandelijke schieten. Het
Duitse infanterieregiment 171 ligt ingegraven in verdediging langs de weg
Westrem-Kwaadbeek-Heistraat frontaal op Gijzenzele. De commandopost van
het regiment zit in de Veldstraat te Oosterzele. Ook hier liggen de Duitse
stellingen onder zwaar artillerievuur en lijdt men merkbare verliezen aan
manschappen en materieel. De situatie aan Duitse zijde ziet er niet
schitterend uit en bereikt een kritiek hoogtepunt. Volgens de Duitse
officieren is de Belgische artillerie de boosdoener en is deze, zowel wat
aantal als schootstechniek betreft, veruit de meerdere van de Duitse. De
Duitse Oberst wacht op de aankomst van zware artillerie alvorens opnieuw
een aanval te lanceren. Het
3de Bataljon
ontvangt steun van het 2de
Bataljon 28ste Linie.
Luitenant Moyson wordt met zijn peloton ter beschikking gesteld van de 9de Compagnie om ingeschakeld te worden in de verdediging van het
zuidelijk gedeelte van Gijzenzele. Eén sectie van de compagnie, onder
leiding van luitenant Lonnoy (bevelhebber van de 13de
Compagnie), voert om 20.40 uur een offensieve patrouille uit naar
het kleine bos. Ze
bereikt het bos, tracht door te dringen tot aan de oost-rand, maar wordt
verrast door een hevig mitrailleurvuur. De patrouille trekt zich terug met
vier gekwetsten. Ondertussen
heeft onderluitenant Van Saceghem (9de Compagnie) zich met enkele mensen van zijn peloton kunnen
opstellen in de terreinscheur juist ten westen van het bos. Hij wordt
eveneens onder vuur genomen vanuit het bos, dringt niet aan en bezet terug
zijn stelling in de schoot van de 9de
Compagnie. De
Duitsers blijken in het bos goed opgesteld te zijn en blijven aan
onderhouden cadans vuren. Eveneens worden artillerie en ‘Minenwerfer’
ingeschakeld. Gedurende
de nacht vuurt de vijand zonder ophouden. Ze gebruiken lichtspoormunitie
en laten vuurpijlen op het dorp neerkomen. Verliezen van de dag: 4
gewonden; 10 onderofficieren en soldaten die de 2 verloren bunkers
bezetten, worden als vermist opgegeven. De
staf van het 6de Linie
verwacht een aanval bij het ochtendgloren. De artillerie wordt
ingeschakeld om de mogelijke voorbereidingen ervan te storen. Om 03.30 uur
vraagt majoor Desprets een beschieting van het bos. De vuuraanvraag wordt
stipt en heel nauwkeurig uitgevoerd.
|
||||||||||||||||||||||||||
| Dinsdag 21 mei : hardnekkige weerstand.
Situatie van de Belgische strijdkrachten
De
9de – 10de en
11de compagnie van III/6 wordt aangevuld met een Eskadron
Cyclisten. De aanval wordt
niet meer frontaal op Gijzenzele uitgevoerd doch via de linker- en
rechterflank en via de Betsberg. Het 2de Bataljon van het 28ste
Linieregiment komt in steun voor I/5. Uit : mai 1940 / La bataille de Belgique, M. Fouillien et J. Bouhan De
Duitsers wagen het niet om, zoals voorzien, vroeg in de voormiddag
langsheen de Betsberg door te stoten naar Merelbeke. Eerst moet de
situatie gunstiger zijn op hun rechterflank te Kwatrecht-Gijzenzele. Omstreeks 04.30 u
krijgen de Duitsers versterking. Twee Duitse vrachtwagens waarvan één
gemerkt met een rood kruis, stoppen voor de weg die leidt naar de
molenbunker. Een goed dozijn
gewapende soldaten verlaten de vrachtwagens en zoeken dekking achter onze
bunker. De C-47 batterij rechts van Gijzenzele geplaatst, schiet een
granaat af die de soldaten
treft, komend uit de tweede vrachtwagen. Een tweede granaat ontploft in de
nabijheid van één der voertuigen en een derde granaat vlak daarop. Enkele vijandelijke
soldaten vluchten. Het is onmogelijk geweren te gebruiken, de Duitsers
zijn meer dan 500 meter van ons verwijderd. De gevechten bij de 9de
Cie. nemen in hevigheid af en de commandant van het 3de
Bataljon maakt van de toestand gebruik om een tegenaanval in te
zetten om de twee verloren bunkers weer in te nemen Onderluitenant Van
Saceghem zal met een groep het linkse gedeelte van het bos omsingelen.
Luitenant Lonnoy en onderluitenant Moyson (II/28) zullen samen met een
afdeling van de groep DBT (granaat-lanceerders), het centrum van het bos
voor hun rekening nemen. Eerste sergeant
Zaumbreckers[1] zal met een gevechtsgroep en 5 man van het peloton “buiten rang”
afkomstig van de 9de Cie., met een omtrekkende beweging langs
het zuiden het rechtse gedeelte van het bos omsingelen. De C 47 mm zullen
juist voor de aanval de plaatsen beschieten waar de vijand gemeld is. [1] Eerste sergeant Zaumbreckers ging na de capitulatie over naar het verzet. Hij werd op 28 april 1942 aangehouden. Op 10 juli 1943 werd hij hiervoor gefusilleerd en begraven op het Nationaal Schietplein te Brussel. Na de oorlog werd hij bijgezet in het erepark “Schoonselhof” te Antwerpen |
||||||||||||||||||||||||||
|
Onze
kanonnen C47 openen het vuur op de vijandelijke stellingen. We schrijven
08.00 uur. Onder het klaroengeschal zetten allen zich in beweging.
Onderluitenant Van Sacegehem slaagt er reeds onmiddellijk in een Duitser
krijsgevangen te nemen (soldaat Schubert van het 25ste
Duitse infanterieregiment). Twee Duitsers
worden neergeschoten door eerste sergeant Zaumbreckers; anderen vechten
verbeten terwijl ze zich terugtrekken. De groepen van onderluitenant Moyson bereiken de oostkant van het bos zonder noemenswaardige tegenstand te hebben ondervonden. De vijand heeft 15 doden achtergelaten, doch geen enkele gewonde. De schaapstalbunker is heroverd en de manschappen van het II/28ste vestigen zich aan de oostkant van het bos.
C 47 mm anti-tank kanon (foto Koninklijk Legermuseum te Brussel) De groepen die
hebben deelgenomen aan de aanval brengen buitgemaakte voorwerpen mee: 5
machinegeweren voorzien van munitie, enkele geweren, twee revolvers,
schouderknopen van het Duitse 25ste
infanterieregiment en identiteitspapieren gevonden op dode
soldaten. Twee der lichte machinegeweren zullen dienst doen bij de
herbewapening van de schaapstalbunker, de drie andere zullen verdeeld
worden onder de eenheden die zich reorganiseren. Om 09.45
uur is het bosje volledig heroverd en ook abri Av 11 (schaapstalbunker) is
opnieuw in het bezit van de Belgen. Av 10 (molenbunker) kon niet ingenomen
worden. De mannen van het 6de
Linie vinden in het bosje op de heuvel 4 Duitse gesneuvelden en
enkele gewonden. Een gekwetste Duitser echter ligt achter zijn wapen
verder te vuren op de
naderende Belgen en
men is verplicht de man te doden om aan zijn hardnekkige weerstand een
einde te stellen. Twee Duitse machinegeweren worden buitgemaakt door de
Belgen. Om 10.30 uur signaleert de waarnemer van het 2de
artillerie dat zowel Av 10 als Av 11 heroverd zijn. Doch weerom een
half uur later, na een kort voorafgaandelijk bombardement waarbij 2 mensen
van het 6de Linie sneuvelen, bestormen de Duitsers opnieuw het bosje en
worden de Belgen er nogmaals uit verdreven. Rond 11.30 uur
wordt de groep II/28 die zich aan de oostkant van het bos bevindt,
zijdelings aangevallen en ziet zich verplicht tot terugtrekking. Ze worden
verdreven door aanhoudende salvo’s uit vijandelijke machinegeweren. Met
een aanzienlijke versterking neemt de vijand terug het bos in handen. De
bevelhebber der 11de Cie.
heeft 18 vijandelijke groepen geteld die in rijen achter elkaar het bos
zijn binnengetrokken (± 200 manschappen). Rond
13.15 uur beschiet de vijandelijke artillerie het dorp met telkens drie
ononderbroken bombardementen. Vliegtuigen overvliegen de stellingen,
bombarderen en mitrailleren het dorp. De 10de
Cie. telt 8 doden, 17 gewonden en 3 machinegeweren buiten gebruik.
In het centrum van het dorp is de toestand niet beter: 1 dode en 6
gewonden in de totaal vernielde bakkerij. Een granaat valt in de
commandopost van de 9de Cie.,
doodt een telefonist-seiner en verwondt luitenant Vinoelst en adjudant
Geurden. Voor de commandopost zijn er 2 dode voedselbedelers en 3
gewonden, terwijl een telefonist-seiner uit de staf onthoofd werd.
Meerdere gewonden werden geteld bij de 12de
en 13de Cie.
Alle telefonische verbindingen zijn verbroken. Er rest nog het
radioverslag. Dit
groots opgezet vijandelijk bombardement geeft meer de indruk een
artillerievoorbereiding te zijn in afwachting van de grote aanval. Majoor
Desprets laat een artilleriebombardement uitvoeren op het bos, net op het
moment dat de vijand wil aanvallen. De Duitsers aarzelen. Enkele groepen
verlaten het bos en vorderen richting Gijzenzele. Een handgranaat ontploft
voor de commandopost. Het 3de
Bataljon opent het vuur met al zijn beschikbare middelen, gekwetste
Duitsers vallen neer en slepen zich terug naar het bos. Er vallen heel wat
doden. De aanval stopt, de vijand sleept zijn gesneuvelden mee en keert
terug in het bos. Voor het 2de
Bataljon zetten de Duitsers de aanval in vanuit Meerstraat, doch
deze wordt snel afgeslagen door het hevige vuur van de verdedigers van de
Betsberg en de artillerie. De vijand keert terug naar zijn
vertrekstelling. In
de loop van de namiddag wordt de Duitse aanval opnieuw toegespitst op de
sector Gijzenzele-Kwatrecht. De Duitse divisie voelt zich gesterkt door de
aankomst van Panzer Jäger en van de schwere Artillerie, terwijl ook steun
is toegezegd door de Luftwaffe. Tegenover
Gijzenzele staan ook de kanonnen van 2de bataljon van het 67ste artillerieregiment opgesteld. De bomen van het bos tussen
Kleistraat en Veldstraat dekken hen tegen
observatie van de vijand. Niettemin worden ze toch door een waarnemer van
onze 16de infanteriedivisie
opgemerkt. De vijandelijke artillerie, aanzienlijk sterker dan op 20 mei,
schept nieuwe moed voor de Duitsers. Om
14.00 uur vindt een nieuwe artilleriebeschieting van de zuidrand en het
centrum van Gijzenzele plaats. Er sneuvelen vijf militairen, tien anderen
worden gekwetst afgevoerd. De vijand valt terug aan vanuit het oosten op
de grens tussen het 5de Linie
en het 6de Linie
en vanuit het zuiden, wordt echter tegengehouden door het hevige vuur van
het 3de Bataljon
en druipt terug af naar het bos. De artillerie staakt het vuren. Het
3de Bataljon
herschikt de stellingen en stelt enkele elementen op, naar het noorden
gericht. Om 17.00 uur lopen enkele Duitsers terug in de andere richting.
Even later meldt kolonel Godeau dat de noorderbuur zijn kwartier verlaten
heeft en dat de noordgrens volledig onbewaakt is. De vijand rukt daar
stelselmatig op onder dekking van de korenvelden. Enkele Duitse soldaten
worden door onze fuseliers neergeschoten. In looppas komen de Duitsers
naderbij. Hij vraagt steun aan de divisie en verkrijgt het Eskadron Wielrijders in versterking. De bevelhebber ervan meldt zich om 19.00 uur op de commandopost en wordt om 20.10 uur opgevangen door luitenant Lonnoy. Het 3de Bataljon neemt haar vroegere opstelling weer aan.
Mitrailleursnest (foto Soma) De manschappen van
het linkse peloton hebben hun werk, zij vuren als bezetenen. Aan de linkse
zijde op meer dan 400 meter verwijderd, zien we vijandelijke groepen
oprukken en even snel verdwijnen in de achtergrond van ons naburig kamp
1/5. Bij het 5de
Linie beginnen zich op dat ogenblik symptomen van vermoeidheid te
tonen. Groepjes infanteristen trekken achteruit, bezwijkend voor de zware
beschieting. Tezelfdertijd komt de Duitse infanterie aanzetten:
infanterieregiment 234 slaagt er in nogmaals tot Kwatrecht door te
dringen. Om 16.40 uur ontvangt men op het hoofdkwartier van de 2de
infanterie divisie een alarmerend bericht van het 5de
Linie : het II/5 is uit zijn commandopost geworpen en ligt thans op
de spoorwegberm tussen de schuilplaatsen B 43 en D 19. Vijf
minuten later loopt een boodschap binnen van het 6de
Linie: bij het 2de
bataljon op de Betsberg is alles oké doch het 3de
Bataljon van het 6de
Linieregiment te Gijzenzele is gedemoraliseerd; men verwacht er
zich ieder ogenblik aan een aanval en vraagt artillerievuur, vooral bij
het bos in halvemaanvorm waar de situatie het meest hachelijk is.
Een T. 13-tank van het Belgische leger (foto Soma) Om
18.00 uur hernemen de Duitsers de aanval op Gijzenzele. Het 3de
Bataljon ontvangt twee T.13-tanks in steun van de Compagnie
Antitank van de 2de Infanteriedivisie. De ene wordt opgesteld bij het peloton van
luitenant De Neve, de andere bij het peloton van luitenant Van Damme. De
T.13 rechts heeft het hard te verduren, want de C.47 laat het afweten.
Meerdere vijandelijke groepen trachten op te rukken, doch worden steeds
teruggeslagen. Toch kunnen enkelen onder hen tot aan onze eerste linies
doordringen. Sluipschutters posteren zich in bomen, ze zijn bijna niet op
te sporen. De eerste 2 groepen van het peloton De Neve moeten onder een
voortdurende beschieting terrein afstaan. Twee vooruit geschoven groepen
van het peloton Van Bril onder leiding van onderluitenant Van Saceghem,
slagen erin het verloren terrein terug te bezetten zonder noemenswaardige
reactie van de Duitsers. Op
het kruispunt van de baan Gontrode-Gijzenzele op 400 meter ten oosten van
de spoorweg (Potaardewijk) treft kolonel Godeau onderluitenant De Neve en
zijn manschappen aan. Hij geeft hen zo'n hevige uitbrander dat de soldaten
hem wenend smeken hen hun fout te vergeven. Hij neemt onderluitenant De
Neve zijn kentekens af, en roept hem terug te keren naar zijn stelling om
er zijn sterren terug te winnen. In looppas verdwijnen ze terug naar
Gijzenzele. De
vijand heeft zich weer teruggetrokken in het bos en het hevige
strijdgewoel van de namiddag maakt plots plaats voor een relatieve stilte
's avonds. De stelling is ongeschonden, maar er zijn talrijke verliezen.
Toch is het moreel goed. De Duitsers blijken toch niet zo onoverwinnelijk
te zijn en dat schept terug vertrouwen. Rond 19.00 uur
bereikt het wielrijders-eskadron van de 2de
infanteriedivisie het dorp. Een peloton zal worden geplaatst tussen
het 28ste en dat
van Van Saceghem, het andere peloton zal de linkerzijde versterken.
Luitenant Lonnoy die naar de hulppost was gestuurd, brengt een peloton
terug van het 1/5e (onderluitenant
Denies). Majoor Desprets geeft deze officier opdracht zijn verlaten
stelling terug in te nemen. Gedurende de nacht probeert de vijand nog
enkele doorbraakpogingen onder gebruik van mitrailleurs en machinegeweren,
enig artilleriegeschut en veel meerkleurige vuurpijlen. Vandaag
heeft het 3de Bataljon
29 manschappen verloren, 85 anderen zijn gekwetst. De 10de
Compagnie wordt om middernacht versterkt met een peloton
mitrailleurs van de 13de Compagnie.
|
||||||||||||||||||||||||||
| Woensdag
22
mei 1940 : ontruiming van het T.P.G.
De
ochtend breekt aan. Kwatrecht
is in handen van de Duitsers en praktisch alle schuilplaatsen worden door
hun infanterie bezet. Alleen de abri A 40 (juist naast de spoorlijn, in de
voortuin van de Landbouwschool) wordt nog verdedigd door de Belgen. De
toestand is vooral kritiek bij het 1/5 dat de sector tussen de
Landbouwschool en Gijzenzele-Dorp moest houden. De vijand is er in
geslaagd een wig te drijven tussen het I/5 en het III/6 zodat de
verdedigers van Gijzenzele met omsingeling worden bedreigd. In de late
namiddag worden daarheen ijlings versterkingen gezonden: het Escadron
Cyclisten/ 2de infanterie
divisie en het verkenningspeloton van het 5de
Linie. Beslissingen
op hoger vlak Terwijl
in het T.P.G. zelf zo hevig tegenstand was geboden dat de Duitsers slechts
plaatselijk enige terreinwinst konden boeken en er niet in geslaagd waren
de doorbraak naar de stad Gent te forceren, werden ver achter het front
beslissingen getroffen die een bepalende invloed zouden hebben op het
verder verloop van de strijd in onze regio. Op
21 mei, tijdens de bijeenkomsten van de Geallieerde legeraanvoerders te
leper viel de beslissing: het Belgisch Leger zou zich terugtrekken achter
de Leie. De versterkte linie ten zuiden van Gent verloor bijgevolg haar
belang en moest worden prijsgegeven. Geleden
verliezen gedurende deze harde dag van 21 mei:
De
Duitse division plant het begin van de aanval om 07.00 uur, met het
zwaartepunt bij infanterieregiment 192. Het zwaartepunt van de Duitse
aanvallen wordt dus nogmaals verlegd: de hoofdstoot zal niet meer worden
gegeven te Kwatrecht, noch te Gijzenzele, doch tussen de Betsberg en de
spoorweghalte
Moortsele, Via Moortsele - Landskouter - Lemberge zal men dan Merelbeke
trachten in te nemen. In
de vroege ochtend komt een compagnie wielrijders van het 3de
Bataljon van de Ardense Jagers voorbij de stellingen te Gijzenzele
en neemt stelling aan de noordrand van het dorp. Rond 06.00 uur gelast
majoor Desprets het peloton Papejans de Morckhove van de wielrijders der 2de
infanteriedivisie met de opdracht het gisteren verloren terrein
terug te bezetten. Na
een krachtige inzet van onze artillerie trekken de wielrijders van de 2de
infanteriedivisie onder leiding van luitenant Papejans, vergezeld door een
groep vrijwilligers, ten aanval. De vijand biedt geen weerstand. In het
bos vinden ze vele dode Duitse soldaten. Geen enkele gewonde. Die zouden
vervoerd zijn met vrachtwagens, althans volgens commandant Dubois. Om
15.00 uur brengt Luitenant Papejans schouderplaten afkomstig van het
Duitse 152ste infanterieregiment,
wapens (F.M.), papieren, helmen, enz. mee en maakt ze over aan Majoor
Desprets. Het
is kalm op de stelling. Sporadisch vallen enkele schoten van automatische
wapens. Men maakt gebruik van deze adempauze om de stellingen te
herstellen en te verbeteren. Gedurende
de dag beschieten enkele vijandelijke groepen – die zich ophouden nabij
het bos – onze stellingen met tussenpozen. Om
18.00 uur voert de regimentscommandant een ronde uit langs de eerste lijn,
kolonel Godeau laat de commandopost 3de
Bataljon, die te veel blootgesteld wordt aan de vijand,
verhuizen naar een meer beschutte plaats. Ook worden de bataljons
bevoorraad: het 3de Bataljon
ontvangt naast voedsel en munitie, vier nieuwe FM's Vanaf
18.30 uur flakkert te Gijzenzele het geweervuur op en komt een groot
aantal granaten neer op het dorp. Weldra staan enkele woningen in
lichterlaaie. De verdedigers van het "centre anti-char
Gijzenzele" worden zenuwachtig en beginnen te vuren met alle wapens.
Na het invallen van de duisternis kunnen de chefs hun mannen kalmeren en
de wilde schietpartij houdt weldra op. Nu en dan klinkt nog een enkel
geweerschot van Duitse zijde of wordt de nachtelijke stilte verbroken door
een ontploffende granaat. In
de sector van de Belgische 2de
infanteriedivisie signaleert het 1ste bataljon/5de
Linie pas rond 08.30 uur troepenbewegingen aan Duitse zijde en
wordt hulp gevraagd aan de artillerie om twee machinegeweren te
verdrijven, opgesteld bij de maalderij De Pauw langs de
Oosterzelesteenweg. Tussen de Landbouwschool en Gijzenzele ziet men ook
vijandelijke groepjes die zich verplaatsen. In Gijzenzele-Dorp staan de
verdedigers van het “centre anti-char” gereed: een bataljon van het 6de
Linie, versterkt door het Eskadron Cyclisten/2de infanterie divisie. Het 1ste peloton van dit Eskadron Cyclisten zit in de huizen op de
zuidoostelijke rand van het dorp; in de achtergevels welke naar het front
gericht zijn, werden schietgaten gemaakt en men is ook begonnen met het
graven van verbindingsloopgraven tussen de verschillende tuintjes der
woningen. Pelotons 2 en 3 heeft men gebruikt om de rondom-verdediging van
het dorp aan te vullen terwijl het Peloton Mi, onder bevel van adjudant De
Boodt, zich aangesloten heeft bij de Cie Mi/6de
Linie ten westen van de huizenkern. Drie T.13’s staan op de
toegangswegen tot het dorp. Dichter
naar de Betsberg toe trachten de Duitsers hun vermisten te zoeken op het
gevechtsterrein van de vorige dag. Geen gemakkelijke opdracht omwille van
de hoogopgeschoten korenvelden, waarin mogelijk gekwetsten of gesneuvelden
zijn achtergebleven. Daarenboven bestrijkt het hevig Belgisch vuur het
hele gebied waarin de Duitsers koortsachtig zoeken. “Aan
beide zijden van het front wordt op hogere echelons ijverig gewerkt aan de
voorbereiding van de thans voor de boeg staande operatie: voor de Belgen
de terugtocht naar de Leie - voor de Duitsers: de beslissende aanval
richting Gent. Op lokaal vlak worden nog kleine operaties uitgevoerd. Rond
die tijd, hier wat vroeger, daar wat later, ontvangen de Belgische
gevechtseenheden het bevel van de op handen zijnde grote terugtocht.
Nogmaals zullen onze soldaten een stelling moeten ontruimen waarvan ze
ondervonden dat ze verdedigbaar was; op sommige plaatsen heeft die
stelling zelfs helemaal geen gevechtscontact gehad. Bij de officieren is
de stemming
niet
opgewekt: hoe dit manoeuvre uitleggen aan de manschappen zonder al te veel
ontmoediging te scheppen ? Het ontruimingsbevel was reeds vroeg in de
namiddag aangekomen op het hoofdkwartier van het VIde Legerkorps.”[1] Het
vlot uitvoeren van de operatie was een moeilijke opdracht gezien het
wegennet niet geschikt is om massale troepenverplaatsingen op korte tijd
op te vangen en ook omwille van het gering aantal bruggen over de Schelde
bezuiden Gent. Rond
20.00 uur krijgt majoor Desprets het bevel tot terugtrekking naar Nevele
(Leie). Men vertrekt rond 23.00 uur. Eén peloton per compagnie blijft op
de achterhoede onder leiding van commandant Dubois met versterking van 2
T.13’s. Het
2de eskadron
Cyclisten (2de infanterie
divisie) moet de aftocht dekken te Gijzenzele vanaf 01.00 uur in de
morgen. Het verslag van de eenheidscommandant geeft goed de atmosfeer weer
en de omstandigheden waarin de terugtocht verloopt: twintig minuten na
middernacht ligt Gijzenzele onder intens artillerievuur. Op
het rechteruiteinde van het dorp staat een woning in brand; de vlammen
slaan over op andere huizen en de straat waarin zich de commandopost
bevindt wordt spookachtig verlicht door de vlammengloed. Op bevel van
commandant Van Bever begeven het 2de
en 3de Peloton
zich om 01.00 uur op weg vanaf hun stellingen op de rand van het dorp.
Luitenant Papejans verlaat met zijn 1ste
Peloton als laatste het dorp onder dekking van de T.13's. Het 2de
en 3de peloton
en het peloton Mi (zware mittrailleur) verzamelen ondertussen bij de
fietsenstelplaats op de wijk Mellehoekske. Ongeveer 400 m buiten
Gijzenzele ligt een gevechtsgroep over de weg, onder bevel van
wachtmeester Vermeulen. Eens iedereen verzameld, rijden de Cyclisten via
de Potaardewijk naar Landskouter waar ze om 01.45 uur aan de spoorweg
aankomen. Voorzichtigheidshalve worden een paar F.M.'s opgesteld aan de
overweg; de rest van de mannen gaat op de harde ballast liggen. De jongens
zijn zo moe dat ze direct in slaap vallen. Het moreel is nochtans
uitstekend. Rond
02.10 uur komt Papejans ook aan: de “terugtrekking” is perfect
verlopen en Gijzenzele was stil op de het ogenblik van het vertrek! Tien
minuten later begeeft het Eskadron Cyclisten zich verder op weg via
Lemberge-Bottelare-Schelderode, om er bij het krieken van de dag over de
pontonbrug te rijden. De
Belgen zijn er in geslaagd de Duitsers op een dwaalspoor te brengen door
een geheimgehouden aftocht, in perfecte stilte verlopend voor het gros der
troepen, terwijl enkele kleine detachementen de valse indruk geven dat het
front nog verder bemand wordt. Hadden
de Duitsers dan geen aandacht geschonken aan de zwaar dreunende
vernielingen achter de Belgische lijnen ? Of was de betekenis van die
ontploffingen hun helemaal ontgaan? Langs
Duitse zijde……. “De
aanval gaat helemaal verlopen zoals gepland vorige dag! Snel verplaatst de
Duitse Staf zich van Oordegem naar de heuvel tussen Sint-Lievens-Houtem en
Letterhoutem om vandaar uit de doorbraak te volgen. Oberst Wolff van zijn
kant gaat in de vroege morgen de compagniecommandanten opzoeken die straks
in de voorste gelederen zullen oprukken. Daarbij valt het hem wel op dat
de vijand zich erg stil houdt nadat hij tijdens de nacht nog levendig
heeft gevuurd. Om
05.30 uur telefoon vanwege
General Geyer : bij de 30ste
Infanteriedivison heeft men ontdekt dat de voor haar liggende
Belgische lijnen ontruimd zijn! Als de bliksem slaat dit bericht in op het
hoofdkwartier van de 56ste
infanteriedivisie: wat is er gaande in de vijandelijke stellingen ?
Waar zijn de berichten van de eigen verkenners en wat nu gedaan met de
geplande aanval? Verkenningspatrouilles worden uitgezonden door infanterieregiment 192: ze ontdekken dat niet alleen de Belgische schutterskuilen, doch ook de bunkers leeg zijn! Om 06.35 uur loopt dit bericht binnen op het hoofdkwartier van de divisie. Men slaagt er nog net in de artillerie te verwittigen die de infanterie rechtstreekse steun moest verlenen; de artillerieafdelingen die ver in het hinterland moeten vuren kan men echter niet meer verwittigen. Vermits dit echter geen gevaar kan opleveren tijdens de aanval door de eerste Belgische linies heen, mag de divisie om 06.46 uur het bevel tot verder oprukken doorgeven: per radio vertrekken de bevelen !
[1]
Uit “Mei 1940 Ten zuiden van Gent door Jacques De Vos
Daar infanterieregiment 192 gemakkelijk naar het noordwesten doorstoot, krijgt infanterie-regiment 171 opdracht over Vurste naar de brug van Eke op te rukken. Zoekcommando's voor het begraven der gevallenen van 21 en 22 mei blijven achter; de rest van het regiment verzamelt te Landskouter en marcheert in gesloten gelederen naar Vurste. De smalle kasseiwegen kennen drukke dagen. Infanterieregiment
234 zet eveneens de opmars verder om 07.00 uur. Geen vijand meer! “[1] Tot Gontrode wordt opgerukt met omzichtigheid; eens daar, wordt over Lindenhoek-Melsdries-Ledeberg de weg naar Gent ingeslagen. M.G. Bataillon 6 bereikt zonder enige tegenstand Gavere waar de Scheldebrug is vernield. Kleine stoottroepen varen naar de overkant en bouwen een bruggenhoofdje uit. Intussen waren bevelen gegeven voor de inname van de stad Gent
[1]
Uit “Mei 1940 Ten zuiden van Gent” door Jacques De Vos
Stille getuigen… “Dat waren op de eerste plaats de eenvoudige houten kruisjes die, alleen of in groepjes, her en der verspreid stonden. Voor de meeste van hen heet het dat ze hun plicht gedaan hebben. Maar voor de familieleden bleef het resultaat hetzelfde: droefheid om het verlies van een medemens..
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Een deel uit de aangiftelijst van oorlogsschade (Gemeentearchief Oosterzele) “Rond
de geblakerde resten van de maalderij langs de smalle steenweg naar
Gijzenzele hing een scherpe brandlucht. Een paar honderd meter verder,
rechts van de straat en langs een rij wilgentronken aan een weide, lag een
hele rij Duitse graven. Het was duidelijk dat de gesneuvelden pas werden
begraven nadat ze van hun persoonlijke uitrusting werden ontdaan. Allerlei
rommel slingerde er nog in het stof: een stuk verbogen bajonet, een
gescheurde lederen riem, resten van een gasmasker of een sliert vuil
verbandgaas. Strandgoed van de oorlog. Nog dichter bij Gijzenzele blonk
een stapeltje Belgische munitie - slanke C 47 projectielen. In het dorp,
achter de ijzeren deur van een transformatorhuisje lag een massa
afgeschoten geweerpatronen. Daar had ongetwijfeld een scherpschutter
verscholen gezeten om zijn dodelijk werk te verrichten. En
overal kon men de schutterskuilen zien: meer gecompliceerde en grote voor
granaatwerpers of mitrailleurs, of zeer kleine compacte kuiltjes typisch
voor de Duitse infanterist, meestal slechts een klein zitje uitgegraven
naast een knotwilg waar het terrein een klein niveauverschil vertoont. Doch
het leven hervatte weldra zijn gewone gang. De oogsttijd leverde nog een
laatste reeks herinneringen aan voorbije dagen : wanneer het rijp koren
werd gepikt kwam links en rechts een stukje loopgraf of een
schutterskuiltje tevoorschijn waarin een man eenzaam en ongemerkt was
gestorven. Nog later werden de gesneuvelden bijeengebracht. De Belgen kwamen op de dorpskerkhoven van de streek terecht of werden naar hun woonplaats overgebracht. De Duitsers legden een “ Ehrenfriedhof “ aan in de voortuin van de Provinciale Landbouwschool te Wetteren Kwatrecht; uit de onmiddellijke omgeving werden de gesneuvelden gegroepeerd, later aangevuld met een aantal Duitsers. gesneuveld of gestorven in het arrondissement Sint-Niklaas/Dendermonde. In 1948 zouden ze definitief overgebracht worden naar het groot militair kerkhof te Lommel en verdween de begraafplaats aan de Landbouwschool.
|
||||||||||||||||||||||||||