Immatriculatieplaatjes

Voor de eerste wereldoorlog kende het Belgische Leger een immatriculatie onder de vorm van een rudimentair eivormig aluminium kenplaatje dat met een plat lint rond de nek werd gedragen. Dit is het model 1889. De aangebrachte gegevens zijn naam, eenheid en nummer.

verzameling: Franky van Rossem

Het model 1915 werd in hetzelfde jaar ingevoerd en was eigenlijk niets anders dan de overname van het Franse model 1881. Dit ovaalvormig kenplaatje werd aan een ketting rond de pols gedragen. 

verzameling: Franky van Rossem

Voor meer informatie en allerlei verwante en afwijkende modellen van de tijdens de eerste wereldoorlog gebruikte plaatjes verwijs ik graag door naar een topic  op het Forum van de Eerste Wereldoorlog op volgende link:
Belgische identificatieplaatjes eerste wereldoorlog
Ter vergelijking is er informatie over de Franse identiteitsplaatjes model 1881 uit de eerste wereldoorlog op hetzelfde forum op de volgende link: 
Franse identificatieplaatjes eerste wereldoorlog
De in de eerste wereldoorlog ontstane vorm van immatriculatie blijft  in gebruik tot  medio 1921.  Het waarna men overstapt op de iets grotere immatriculatie- plaatjes die in gebruik bleven tot 1940.
De in de eerste wereldoorlog ontstane vorm van immatriculatie bleek in de praktijk tijdens de oorlog en voornamelijk net erna niet duidelijke en houdbaar te zijn. Een betere organisatie is noodzakelijk. In het reglement van 10 juni 1921 wordt een geheel nieuw systeem van immatriculatie uitgewerkt voor soldaten en onderofficieren. Dit blijft in gebruik tot 1940. Deze methode steunt op het fundamentele principe dat een soldaat steeds hetzelfde stamnummer behoudt. Dit stamnummer is steeds samengesteld op 2 groepen van cijfers. De eerste drie verwijzen naar een eenheid of korps (die rechtstreeks militairen kan inlijven), de laatste groep van 5 cijfers is het volgnummer. 
In deze publicatie wordt benadrukt dat de nieuwe nummering onmiddelijk van toepassing is en dat de kwartiermeesters er voor dienen te zorgen dat mbt de reeds ingeschreven soldaten de drie korpscijfers links aan hun volgnummer toevoegd worden.

Wanneer de nieuwe vorm van immatriculatieplaatjes ingevoerd wordt is niet juist gekend of opgegeven. Evenwel is er in deze periode dus een verschil in markering tussen enerzijds het stamnummer van de soldaat (101 -102- 103 etc) en anderzijds de uitrusting (A - B - C ...  etc.) Deze laatste kodering wordt bepaald in de reglementering van 2 juli 1919,  welke aangepast en uitgebreid wordt op 17 maart 1921

Vanaf 16 okotber 1923 (ik beschik enkel over de vermeldingsdatum, de volledige tekst is dermate uiterst welkom) wordt alles 101, 102, 103 etc, met een volgnummer van vijf cijfers en dit zowel voor het stamnummer als voor de uitrusting & bewapening.


Mogelijks ligt in deze twee vormen van nummering een verklaring voor de dubbele identificatieplaatjes hieronder. Beiden van dezelfde soldaat Francooys O. en gerelateerd aan het 2e Artillerieregiment. 
  • Het ene model met 2A in een vierkant is volgens de materiaalnummering van juli 1919 - maart 1921. Dit systeem wordt hier dus gebruikt als persoonlijke immatriculatie. Dit leid wel tot de veronderstelling dat deze vorm van plaatjes dus ergens in gebruik genomen is tussen 1919 en 1921.
  • Het tweede plaatje is conform de ve rnieuwde reglementering van 10 juni 1921: het begingetal 152 verwijst naar het 2e artillerie.

Het kenplaatje met 2A en volgnummer heeft op de keerzijde geen naamaanduiding.


Een immatriculatieplaat van een adjudant van het 3e luchtvaarregiment. De graad van adjudant wordt zowel op het vaste deel als op het afbreekstuk van het plaatje aangebracht.

verzameling: Onbekend


Een luitenantskenplaat uit de vroege periode: graad, naam en eenheid: de 3e Cie. van het 3e Karabiniers.


In de periode van het interbellum komen nogal wat naamplaatjes voor die kwa vorm, metaalsoort en gebruikte ketting sterk afwijken van de sobere militaire uitgiftes. Deze plaatjes zijn voor "zondagsgebruik". Velen zijn ook verzilverd of verguld. 

Een set van twee plaatjes van een soldaat van het 1e Gidsen. Het ene is het strikt reglementaire, het andere is een eerder luxueuzere en fijnere uitgave voor gebruik tijdens de verlofperiodes.


Een privé aangemaakt identificatieplaatje met naam, geboorteplaats en -datum. Ketting en plaat zijn licht verkoperd hetgeen een licht goudkleurige schijn geeft. 

Het nummer 202 372 verwijst naar de Infanterieschool. Van daaruit werd hij toegewezen aan het 8 Linieregiment. Gezien het lage volgnummer 372 is dit een van de vroegste leerlingen van de infanterieschool.

Een verzilverde kenplaat een soldaat van het 2e Lansiers.


Een verzilverd indentifiecatieplaatje van aalmoezenier Albert Zwaenepoel van het Bisdom Gent.