Linnen ransel model 1930

In het "Reglement op den Rekendienst der Eenheden, 1934" wordt onder het hoofdstuk "Rangschikkingstabel Toerusting" op p. 360 - 361 de webbing rugzak model 1930 vermeld onder de volgende omschrijving: 
    
  • 211: Linnen ransels, model 1930, met zes riempjes - 
            Havresacs en toile modèle 1930 avec six courroies

De zes riempjes zijn voorzien voor de volgende plaatsen: twee bovenaan, één telkens links en rechts en twee op de sluitflap voor de eetketel

Deze rugzak is een geheel in webbing gemaakte veriante van het model 1920. De lederen riemlussen zijn vervangen door bredere webbing doorvoerstrips. De draagriemen zijn uit leder en niet meer aan de achterzijde maar bovenaan bevestigd.
De algemene afmetingen bedragen 28cm breed x 32cm lang en 11cm hoog waardoor het model 1930 kleiner is dan het model 1920 of het model in koevel.


   

   

De sluiting van de rugzak gebeurt aan de onderzijde met een webbing riem die door een eenvoudige koperen beugel gaat. Een gelijkaardige webbing strap bevestigt de haak waar het uiteinde van de rugzakriem wordt aan vastgehecht.

De uiteinden van de riemen, peervormige beugels, patroontashaken zijn identiek aan deze van de ransel uit koevel en de ransel model 1920.

De naam van de fabrikant staat bovenaan beide rugzakriemen. 

J.D.V.

 


Aan de benedenzijde van de rugkant is een kleine pochette voorzien die met twee webbing riemen sluit op de zijkanten. Niet alle rugzakken zijn evenwel met deze  pochette uitgerust.

Aan de binnenzijde van de sluitflap van de rugzak is er een split als toegang tot dit opbergvak.

Twee markeringen: enerzijds, ARMEE BELGE en anderzijds de maker: J.D.V.
   

Het centrale opbergvak is gesloten door twee verticale en twee horizontale delen die telkens met twee lederen riempjes sluiten.

  

Aan de bovenzijde is de rugzak intern versterkt met een aluminiumplaat die dienst doet als basis voor de aanhechtingsstukken van rugzakriemen.

De model 30 rugzak met volle bepakking: deken en eetketel.

De rugzak voluit bepakt met de in het tentzeil gewikkelde deken. De draagriemen waarbij de voorste verlenging naar de centraal gedragen patroontas gaat en de achterste verlenging onder de arm naar de rugzak terugloopt.