Uitrusting en kledij vlgs. Toerustingsboekje 1935

In het persoonlijke toerustingsboekje (uit 1935) wordt alle kledij, uitrusting en bewapening die aan een soldaat bij zijn indiensttreding toevertrouwd word  genoteerd.
De uitgereikte voor werpen werden ingeschreven met de letter N (neuf) of U (usagé).
Het boekje omvat, naast de persoonlijke gegevens van de soldaat, een eerste deel met de 4 tabellen van uitgereikte voorwerpen met telkens, naast de uitreikingsdatum een eventuele terugname datum. In een tweede deel worden deze 4 tabellen herhaald maar dan met de datum van uitdiensttreding en de datum van heruitreiking bij een eventuele wederoproeping.
       

Toerustingsboekje - Carnet d'équipement - 1935

Volledige inhoud


Uitrusting en kledij van het voetvolk 1940

In januari 1940 wordt een hernieuwde reglementering uitgegeven mbt de te dragen uitrusting van de Belgische infanteriesoldaat. 

Het eerste basisdeel van deze publicatie omvat de kledij en de uitrusting die voor elke soldaat voorzien wordt en wordt hieronder hernomen.
Het tweede deel omvat de omschrijving van de mars- en gevechtsuitrusting van de verschillende compagnies (fusiliers, mitrailleurs, kanonniers 4,7 cm, mortieren, verkenners, staf etc .....) De daaronder weergegeven  tabellen omvatten de functies van de manschappen met hun bewapening, de munitie, allerlei gereedschappen etc ...

De originele publicatie van deze lijst, de schets met de bepakking en etikettering van de boedelzak  alsook de meer specifieke uitrusting eigen aan een wapen of functie is terug te vinden onder de menukeuze:  . UITRUSTING .  en . Algemene Uitrusting volgen eenheid .  

Het eerste basisdeel betreffende de kledij en uitrusting wordt in twee groepen verdeeld.

  1. Lijst met de vaste uitrusting van het voetvolk, deels gedragen door de soldaat, deels op de voertuigen van de eenheid meegevoerd.
  2. De bepakking van de boedelzak

1. Lijst met de vaste uitrusting van het voetvolk.
  • Eerste deel: gedragen kledij en uitrusting
    • laken broek (de klassieke "stoffen" broek)
      evenwel mag in de zomer bij heet weer deze lakenbroek vervangen worden door de linnenbroek. De lakenbroek en de ondebroek wordt dan bij de voorwerpen in de boedelzak gevoegd.
    • wollen trui
      In de zomer wordt deze in de ransel meegedragen.
    • overjas, (capotejas)
    • helm
    • paar schoenen
    • paar lederen beenstukken
    • hemd
    • onderbroek
    • paar sokken
    • zakdoek
    • bretellen
    • eenzelvigheidsplaatje  (immatriculatieplaatje)
    • verbandzakje (in de binnenzak van de overjas)
    • gasmasker (nieuw model: het langwerpige)
    • broodzak (met draagriem) waarin:
      • vork
      • zakmes
      • lepel
      • poetszakje
      • veldfles (op de overslag)
        bij langdurige inlegering wordt aan de troepen een tweede veldfles uitgereikt. Op de broodzak is er immers een bevestigingsplaats voor een tweede voorzien.
    • ransel of rugzak met de volgende inhoud
      • rantselrantsoen: verduurzaamd vlees,  doos beschuit en suiker
      • hemd
      • paar rustschoenen
      • handdoek
      • naaizakje met inhoud
      • persoonlijk camouflagenet
      • linnen waskom
      • tenzeil
      • eetketeltje (vastgeriemd op de overslag, in het eetketeltje zit het rantsoen brood en suiker)
    • koppelriem, deze kan een van de volgende modellen zijn
      • lederen riem met patroontassen en bajonethouder  voor soldaten voorzien van een geweer
      • lederen riem zonder patroontassen en zonder bajonethanger voor de soldaten met mitraillette of GP pistool
      • linnen riem met linnen schophouder en linnen bajonethanger voor de soldaten van de FM ploegen
    • In de winter omvat deze uitrusting eveneens 
      • laken vest met losse halsboord (de klassieke "stoffen" vest)
      • paar handschoenen 

       

  • Tweede deel: Hetgeen op de voertuigen van de eenheid meegevoerd wordt. Dit materiaal wordt hem op bij inkwartiering ter beschikking gesteld.
    • boedelzak (de "sac bleu")
    • politiemuts
    • linnen broek (werkbroek)
    • tweede onderbroek
    • tweede paar schoenen
    • tweede zakdoek
    • tweede handdoek
    • kleerborstel
    • schoenborstel
    • tentonderdelen ( staander, andere paaltjes, houten hamer, koord, zak voor dekzeil)
    • deken
    • In de zomer wordt hierbij ook opgeborgen
      • laken vest met losse halsboord (de klassieke "stoffen" vest)
      • paar handschoenen

       

  • Opmerkingen buiten de reeds vermeldde zomer- en winterregelingen
    • Wanneer de ransels vervoerd worden gedurende een mars en blijkt dat er geens strijd naderend is vooraleer zij het niew kantonnement bereiken dan  worden de volgende zaken uit de ransel gehaald en meegedragen.
      • eetketeltje met het restant van het rantsoen erin
      • handdoek (in de broodzak)
      • tenzeil (bandoliersgewijze gedragen) en camouflagenet (in het tenzeil of in de broodzak)

      Is het niet zeker dat er strijd volgt vooraleer ze het nieuw kantonnement bereiken dan wordt het noodrantsoen eveneens in de broodzak meegenomen.

      De korporaal, de 2e, 3e en 4e munitiebezorger van de FM ploegen plaatsen de 2 pakjes met 15 patronen die zij in de bovenzakjes van hun patroontassen meedragen in hun ransel.

    • Het deken mag tot de tijdelijke marsuitrusting behoren in buitengewone omstandigheden. Deze wordt dan opgerold of hoefijzersgewijze op de ransel vastegeriemd. Indien de man geen ransel heeft dan wordt het deken bandoliersgewijze gedragen.
    • In de tabellen I tot VIII (terug te vinden onder "2. Bepakking van de boedelzak) staan de voorwerpen en de munitievoorraad die enkel in het gevecht meegedragen dienen te worden in vet aangeduid.

2. Bepakking van de boedelzak
  • Dit deel is de omschrijving met behulp van schetsen waar elk stuk kledij of uitrusting in de boedelzak geplaatst dient te worden. Dit is terug te vinden onder de menukeuze:
    . UITRUSTING .  en . Algemene Uitrusting volgen eenheid .