Bagagedrager AR mod. 29
    

Foto: verzameling Jean Lummerzheim

   

Met het verschijnen van de pakdrager model 1929 verandert het concept van het transporteren van de uitrusting op de fiets van een deel vooraan en een deel achteraan naar alles op de achterste pakdrager. Daarvoor is een breder achterste pakzadel nodig. De constructie is eigenlijk iets vrij unieks in de militaire pakdragers. Waar in de ons omringende landen een pakdrager een uit draadstaal of bandstaal gemaakt frame is gaat men hier over naar een brede, geperste en geperforeerde plaatstalen drager op een L-profiel bandstalen frame. Diezelfde nota bepaalt ook dat het aantal "courroies" bindriemen behouden blijft op 4. Dit lijkt raar, een pakzadel heeft immers maar 2 bindriemen nodig. Waarvoor die twee andere dan zijn is nog maar de vraag. 

De voorste pakdragers worden met een nota van februari 1933 naar het magazijn verwezen. Diezelfde nota bepaalt ook dat het aantal "courroies" bindriemen behouden blijft op 4. Dit lijkt raar, een pakzadel heeft immers maar 2 bindriemen nodig. Waarvoor die twee andere dan zijn is nog maar de vraag. 

De eerste vermeldingen van een model 1929 pakdrager zijn terug te vinden in een document van oktober 1933. Het handelt over het aanpassen van civiele fietsen bij een eventuele opeising. Alle fietsen dienen op dezelfde manier uitgerust te zijn om de uitrusting gelijkaardig te dragen.
Wat het "mod. ancien transformé" betreft is dit is niet nader bepaald, maar gezien de breedte gaat het om het "oud model 3" uit het vorige tabblad.

   

Het model 1929 pakzadel heeft een de afstand van 12 cm tussen de zijdelingse sleuven. Deze is gebaseerd op de oude afmetingen van de broodzak uit de beginjaren 1920. Op foto's uit de jaren 30 is dit model gemakkelijk herkenbaar door de schuine stand van de lederen riempjes tussen pakzadel en fietstas. De riemafstand van de broodzak en rugzak van de FG en FM cyclist model 1934 uitrusting is dan immers verbreed naar 18 à 19 cm. (FG en FM: Fusilier Grenadier een Fusilier Mitrailleur) 

  Foto's: verzameling Philip Moreau


 

Foto's: verzameling Jean Lummerzheim


  
Bagagedrager AR mod. 32 ---  AR modèle 29/35
De bagagedrager ARmod. 32 (ARrière modèle 32) komt voor in een dienstnota van de 2e Divisie van 26 maart 1937. 

Op pagina 2 van deze nota wordt de noodzaak benadrukt dat de bagagedragers dienen voorzien te zijn van vier "courroies", riemen  Verdere omschrijving ontbreekt. Men kan besluiten dat dit de riemen zijn om de bagage OP de pakdrager te binden. Evenwel ziet men op de foto's telkens slechts twee webbing riemen die gebruikt worden om de bagage te binden. 
Een mogelijke verwarring treedt op indien men met die vier "courroies" de vier lederen tussenriempjes bedoeld om de rugzak en de broodzak AAN beide zijkanten van de bagagedrager te bevestigen. Echter worden deze lederen riempjes in de omschrijving van de FG en FM cyclist model 1934 uitrusting voor cyclisten omschreven als "patte à deux boutonnières" en behoren ze bij de uitrusting, niet bij de fiets. 

   
De noodzaak van de "courroies d'arrimage" wordt nog in tal van andere documenten herhaald. Zowel voor bestaande of bestelde militaire fietsen, als voor de opgeëiste burgerfietsen.

   

Een andere benaming die opduikt in een document van 19 januari 1937 is AR modèle 29/35. Dit document handelt over de montage van de bagagedragers. Deze dient immers te gebeuren mits gebruikmaking van een stuk leder tussen de achtervork en het voorste hoekijzer van de pakdrager.

  
Enige verwarring bestaat in de termen "32" en "35". Het is wel zo dat de afstand tussen de zijsleuven, voor wat betreft het model ARmod. 29/35, aangepast is naar 15 cm en ook 16 cm (beide afstanden komen voor), dit t.o.v. de 12 cm van de model 29. Misschien werd dit reeds toegepast in hat AR mod.32. Dit laatste is slechts een veronderstelling. 
In feite is die 15 - 16 cm zelfs te klein om juist te passen voor de GG en FM cyclist model 1934 uitrusting. De afstand tussen de beugels op deze brood- en rugzakken is immers 18 cm à 19 cm. In de praktijk is die stap iets te groot om te passen binnen de rechte zijkant van de pakdrager. Het uiteinde van de sleuven zou dan bijna op het einde en/of in de bocht van die zijsteun komen.
De omgekeerde bovenste pakdrager is een AR mod.29. Het oud model broodzak sluit correct aan op de zijsleuven. De op de fiets bevestigde pakdrager is een AR mod.32 of AR mod. 29/35. De FG en FM cyclist model 1934 broodzak hangt aan twee lederen "patte à deux boutonnières". De twee bindriemen schuiven net boven de ledere riempjes door de zijsleuven.

Foto: verzameling Jean Lummerzheim

  
Een ander detail is de bestelling van "brides speciales", beugels, voor de bevestiging van het pakzadel op de opgeëiste fietsen. Dit is niets anders dan het plat metalen stuk dat, aan de andere zijde van de achtervork waartegen de pakdrager en het lederen tussenstuk zitten, dient om de geheel vast te klemmen. De term "spéciales" lijkt erop te wijzen dat dit andere beugels zijn dan hetgeen standaard voorzien is. Mogelijks zijn deze gewoon wat langer om zeker te passen op alle wijdtes van fiets achtervork.

In het tweede deel van de nota wordt omschreven hoeveel stuks van die beugels dienen voorzien te worden. Enerzijds voor de opgeëiste fietsen, anderzijds ook voor de fietsen van Telefonisten Seingevers die uitgerust zijn met en draad op/afroller "Lapaille". De beugel op het stuur dient voor het oprollen van de kabel.

  
Constructieverschillen

Enige niet fundamentele constructieverschillen zijn merkbaar.
Een AR mod. 29 onderaan en een AR mod. 29/35 bovenaan: de hoekafwerking van de zijkanten is rond voor het model 29/35 en hoekig voor het model 29.

  
De plaatsing van de steunijzers aan de onderzijde: links een AR mod; 29/35, rechts een AR mod. 29

foto's: verzameling Philip Moreau

  
Bij zowel een AR mod. 29 bovenaan als een AR mod. 29/35 onderaan zijn de zijkantijzers rond afgewerkt. Dit in tegenstelling met de vorige waar AR mod. 29 hoekig afgewerkte zijkantijzers heeft.

foto: verzameling Jean Lummerzheim

 
Enige detailverschillen tussen AR mod.29/35 onderling.
Afwerking van de hoekijzers aan de binnenzijde.

  
Bandijzer al dan niet gepuntlast aan de onderzijde van de geperforeerde staalpaat.

   
Verschil in breedte en plaatsing van het bandstaal aan de onderzijde.

  
Breedte van het bandijzer varieert van 14,5 mm tot 15,5 mm.

foto's: verzameling Philip Moreau