De burgerlijk opgeŽiste fietsen

    

Foto's fiets: verzameling Jean Lummerzheim

Reeds in 1933 was men van plan om bij tijden van mobilisatie burgerfietsen op te eisen. Dit blijkt uit onderstaand document waarin er sprake is van de te voorziene militaire pakdragers om deze opgeŽiste fietsen van te voorzien.

In 1936 merkt men dat er tevens "brides spťciales", veronderdsteld wordt speciale beugels moeten voorzien worden om deze pakdragers op de opgeŽiste fietsen te monteren. Waarin deze speciale beugels verschillen van de normale bevestigingen is niet te traceren. Ook hier zou een schets uitermate welkom zijn. Uit de brief is wel duidelijk dat er 13.000 pakdragers in de maak zijn. 

   

  
De opeisingen geven recht op een vergoeding. De opeisingen kunnen onder de vorm van aankoop zijn of onder de vorm van een huur. Het geheel valt in 1937 onder het stempel "GEHEIM".

Ter vergelijking: een herenfiets STAR PLUM met stangenremmen, model 1936 zonder verlichting of gereedschap kost dan  530 Frs catalogusprijs. (13,14 Ä)
    
De vergoeding werd in de tijd bijgesteld. Terwijl de vorige tabel handelt over de periode 1937 - 1938 betreft de onderstaande tabel voor het jaar 1939. Een nieuwe fiets blijft evenwaardig vergoed, een gebruikte fiets en de verlichting daarentegen worden hoger vergoed.

   
De opeisingen worden administratief goed georganiseerd en bijgehouden.  Getuige hiervan een opeisingsborderel van zo'n fiets uit de regio Leuven. Het opeisen van burgerfietsen was blijkbaar reeds in 1927 voorzien. Op welke basis de opeisingslijsten samengesteld werden is niet gekend. Het "Reglement over de militaire opeisingen, 1928" biedt hier ook geen uitsluiting over. Dit is enkel een handleiding voor de opeisingen i.v.m. de mogelijks op te eisen goederen, de te verrichten administratieve taken en de vergoedingen.

   
De kranten bieden eveneens een bron van informatie voor de burgerbevolking i.v.m. de fiets opeisingen. 
HET YPERSCH NIEUWS van 16 september 1939 geeft op pagina 2 een antwoord op de vraag of een fiets op straat mag opgeŽist worden.

   
DE DAG van 23 september bericht over het opheffen van de rijwieltaks voor deze fietsen en over het mogelijks niet verder opeisen van nieuwe fietsen.

   
DE HALLE van 22 oktober 1939 bericht over het verschijnen voor de krijgsraad van personen die weigeren hun fiets of andere transportmiddellen op te leveren. 

   

De in huurvorm opgeeiste fietsen worden vanaf december 1939 in volle eigendom overgenomen van zodra de totale huur de geschatte waarde van de fiets bereikt heeft.

   
Sommige beambten van de dienst Bruggen en Wegen met de functie van kantonnier wielrijder of wachters van de bevaarbare waterwegen worden vrijgesteld van de rijwielopeising. Zij krijgen hiervoor een attest dat hun vrijstelling waarborgt.

  
Zaterdag 20 april 1940: gezien aan de behoeften van nieuwe rijwielen voor het leger voldaan zijn komen nieuwe fietsen niet meer in aanmerking om opgeŽist te worden. Evenwel met uitzondering van hoogdringendheid. 


  

De opgeŽiste fietsen werden wel gemarkeerd. Enerzijds door het verven van de stuurbuis in khaki verf. Er wordt 6 gram verf en 1 borstel per 100 fietsen voorzien. Anderzijds door het inslaan van een immatriculatienummer op het balhoofd.

  
Elke opgeŽiste fiets kreeg een nummer en de noodzakelijke onderhoudsboekjes. Dit boekje betreft een fiets van het merk Akor, type "rťquisitionnťť" en ingeschreven op 2 september 1939 met immatriculatienummer 01300. Het is dit nummer dat bovenaan het balhoofd werd ingslegen, niet op een metalen plaatje zoals bij de gewone militaire fietsen maar rechtstreeks in het metaal.


  
De rechter fiets hieronder heeft kenmerken van een burgerlijk opgeŽiste fiets: enerzijds een breed pakzadel wat refereert naar de model 1929 bagagedrager, anderzijds een spatscherm op het achterwiel wat duidelijk op zijn civiele oorpsprong wijst.

  

  

De hier weergegeven fiets is opmerkelijk gezien het feit dat er na de verwijdering van een nagemaakt balhoofdplaatje de originele khaki verf werd weergevonden. Bij een oudere restauratie van de fiets werd alles gewoon zwart oververfd. De bruine khakiverf rond de restanten van de oorspronkelijke khaki werd later aangebracht. Het nummer erboven verwijst naar het inboeknummer op het onderhoudsboekje.

   

  

Foto: verzameling Jean Lummerzheim