Officiersfietsen

  
In januari 1926, teruggrijpende op een nota van oktober 1923, wordt beslist dat de officieren die een fiets nodig hebben voor de dienst, deze op eigen kosten dienen aan te schaffen en te onderhouden. Zij zullen hiervoor wel een vergoeding krijgen van 20 frank per maand.

   
De aankoop van de fiets kan gebeuren bij het leger zelf, in de dienst "Service du Charroi Automobile et des Carburants", ofwel bij een civiele fietsenverkoper. In beide gevallen dient de fiets uitgerust te worden met een rijwielplaat SM (Service Militaire) en de bijhorende twee onderhoudsboekjes. Het gebruik, onderhoud en noodzakelijk papierwerk voor dit alles wordt uitgebreid omschreven in een dienstregeling.
  
Een korte tijd later, in een document van 21 april 1926, wordt aan de officieren die een fiets nodig hebben voor de dienst, de mogelijkheid aangeboden om zich een fiets aan te schaffen van het merk in dienst bij hun korps. Het betreft hier de nieuwe T.M. 1 fiets. De prijs van die fiets, zonder gereedschap, is dan 405 frank

   

In een reglement uit 1932 dat specifiek handelt over allerlei toekenningen en verstrekkingen aan officieren en militairen van lagere rang wordt de vergoeding voor officiers dienstfietsen nog eens specifiek behandeld. De vergoeding blijft behouden op 20 per maand. Een nieuw gekocht fiets dient aangegeven te worden. Van  zodra de dienst dit niet meer vereist of de fiets verkocht wordt vervalt de vergoeding. Dit alles netjes bijgehouden met de nodige documenten.

  
14 december 1934: de dienstfietsen van officieren dienen voorzien te zijn van een tricolore rijwielplaat.