Rijplaten - Kettingen met hangslot

Het gebruik van de rijplaten en kettingen met hangslot wordt in de diverse documenten veelal samen behandeld. 
   

Kettingen met hangslot

  
Kettingen en hangslot zijn verder niet omschreven. Resterende exemplaren zijn momenteel ook niet gekend. 
   

Rijplaten

    
Het gebruik van de rijplaten wordt vermeld in de nazichtboekjes.

Elke organiek voorziene fiets dient een rijplaat te hebben.
De uitzonderingen hierop zijn de fietsen van de fietseenheden (Karabinier Wielrijders, Ardeense Jagers, Grenswielrijders), de Park compagnies van het Autovervoerkorps en de reserve fietsen in de magazijnen. 

Deze fietseenheden beschikken wel over een aantal rijplaten en kettingen met hangslot voor die fietsers die onafhankelijk rijden (briefdragers, plantons)

Ook de officiersfietsen hebben een rijplaat.

 

   
In een document van 1 december 1932 wordt teruggegrepen naar de instructies van 4 februari 1926 en 24 april 1924 m.b.t. het gebruik van rijplaten. Elke eenheid heeft een bepaald aantal rijplaten nodig, idem voor de officiersfietsen die er allen een dienen te hebben. Het handelt hier over de rijplaten met de letters S.M. en een volgnummer.

  

   

      

foto: verzameling Philip Moreau

   

   
In november 1934 worden de SM rijplaten vervangen door tricolore rijplaten. De vervanging dient voltooid te zijn voor 1 december 1934. De toegekende nummerblokken aan de verschillende eenheden worden hierbij ook vermeld.

In de provincie Oost-Vlaanderen dienen de militaire fietsen, naast de militaire rijplaat, ook de provinciale plaat te dragen.

   
9 juli 1937: in een nota betreffende de levering van TM 1 fietsen voor de verkenners pelotons van de infanterie regimenten wordt tevens de nummerblokken van de rijplaten toegekend. De fietsen dienen volledig uitgerust te zijn met gereedschap, rijplaten, plaathouders, ketting met hangslot en elektrische verlichting. De vermelding van de plaathouders is opvallend. Deze zijn immers niet standaard voorzien op de fietsen. 

    
3 augustus 1937: een gelijkaardige nota voor de overige infanterieregimenten. Ook hierin wordt een aantal nummerblokken toegekend.

  
8 juli 1939: De organieke sterkte voor wat betreft de fietsen van de infanterieregimenten op vredesvoet wordt op peil gebracht. Tevens toekenning van een aantal nummeblokken voor de rijplaten.

   
26 juli 1939: Levering van fietsen aan de secties C 40 kanonnen van de D.T.C.A. met ook daarin toekenning van een aantal nummerblokken.

   
Een foto van een Grenswielrijder op door de Rijkswacht overgedragen fiets met rijplaat. Het nummer is 7101.

foto: verzameling André Alexandre


    

Rijplaat S.M., geëmailleerd.

foto: verzameling Collinet Marc

   
Tricolore geëmailleerde rijplaten uit het interbellum met diameter 6 cm. Voor het eerste van toepassing eind 1934.

    
rijplaat 1404 geeft een goed beeld van de opbouw van de kleurlagen: 
             •zwarte grondlaag
             •gele laag
             •rode laag onderaan
             •zwarte laag bovenaan
             •cijfers


De rijplaten vanaf +/- nummer 4000 hebben minder felle kleuren dan hun voorgangers van de eerdere nummerblokken.     

foto's: verzameling Philip Moreau

   
Er bestaan een aantal rijplaten met een nummer boven de 30.000. Deze zijn vermoedelijk naoorlogs en van de luchtmacht. Verdere documentatie hierover ontbreekt. Sommige van die 30.000 reeks zijn niet geëmailleerd maar gewoon geverfd plaatstaal. 

Wat betreft rijplaten met kleinere of grotere diameter is er geen informatie beschikbaar.

   
De kleinste meet ongeveer 5,2 cm

   

De middelste heeft de normale maat van ongeveer 6 cm

   

De grootste meet ongeveer 7 cm

foto's: verzameling Philip Moreau

    

De rijplaten werden na de oorlog in het Belgische Leger opnieuw in gebruik genomen, mogelijk deels met nog in de kazernes aanwezige platen, mogelijks deels met nieuw geproduceerde platen. Dit zowel in email als gereproduceerde geverfde exemplaren.