Verlichting algemeen
  
De fietsverlichting kent een evolutie van olielampen, via acetyleenlampen naar elektrische lampen. De olielampen dateren uit de Eerste Wereldoorlog en zijn van Engels fabricaat.
Acetyleen- en electrische verlichting wordt voorzien door Belgische en Franse leveranciers.
  
Olielamp op fiets van de "krantenbezorger"

foto: verzameling Philip Moreau

    

In een dienstnota van 11 februari 1925 dienen alle fietsen uitgerust te worden met een rode reflecterende plaat van 5 cm diameter. Het gebruik van die reflecterende plaat is verplicht voor alle fietsen van het leger met uitzondering van de fietsen van de cyclisten eenheden. Dit komt erop neer dat alle fietsen van kazernes, officieren, beambten etc.... zo'n plaat dienen te hebben. Fietsen van de regimenten Karabinier Wielrijders dus niet.

  

7 april 1930. De toekenning van fietsverlichting voor wielrijders eenheden wordt opnieuw bepaald.
Elke eenheid beschikt over een bepaald aantal lantaarns:
  • enerzijds voor de fietsen van militairen die zich afzonderlijk verplaatsen
  • anderzijds om de troepen op mars te verlichten

In de toekomst is de toekenning per wielrijders eenheid anders ingedeeld.

  • 20 olielantaarns voor de militairen die zich alleen per fiets verplaatsen
  • 3 acetyleenlantaarns waarvan 1 met wit licht en 1 met rood licht dienen om de kolonne bij nacht te signaleren
                                       en 1 met wit licht voor de mekanieker
  • het speciaal peloton beschikt over 2 acetyleenlantaarns met wit licht voor de eventuele nachtelijke verplaatsingen
  • het bataljon dat gekazerneerd is te Laken beschikt eveneens over 4 acetyleenlantaarns die enkel bestemd zijn voor de dagelijkse koeriers naar het koninklijk paleis

   
Op 3 april 1934 wordt een test aangekondigd met verschillende fiets verlichtingen, zowel elektrisch als met acetyleen.
Voor wat betreft de elektrische verlichting komen verschillende merken en types aan bod.
  • Phoebus type 8 S

  • Phoebus type 8 G.S.

  • Novi type Z.

  • Vitalux type 6V.

  • Siluma

Voor de acetyleen verichting komt enkel VITAPHARE in aanmerking.

De test is een 100 uren verlichting test en wordt uitgevoerd bij 6 verschillende eenheden die elk 2 verlichtingstoestellen per merk ontvangen. Deze dienen toevertrouwd te worden aan de meest verantwoordelijke wielrijders.

  
24 november 1934. Uit een lot van 100 sets elektrische fiets verlichting dienen er 75 verdeeld te worden onder 65 verschillende diensten en eenheden. Merk en type ontbreken, maar uit latere documenten blijkt dat het om een VITALUX 6 V systeem gaat.

    

Om te voldoen aan de nieuwe "wegcode" van februari 1934 wordt op 7 december 1934 de nieuwe fietsverlichting officieel in dienst genomen.

  • voor de wielrijders eenheden is dit een acetyleen verlichting van het merk VITAPHARE, bestaande uit een wit voorlicht, een rode achterlicht en een koperen leiding met op beide uiteinden een rubberdarm voor de acetyleengas verbinding met de lichten.

  • voor alle andere fietsen is dit een elektrische verlichting VITALUX van 6 V, vooraan een wit licht, achteraan een rood licht en een dynamo aangedreven door de voorband.

  • de fietsen die nog in de depots van Beverlo en Elsenborn en die van het Transportkorps is een verlichting voorzien met olielampen, telkens wit en rood glas.

De nieuwe verlichting gebeurt tegen inruiling van de bestaande olielampen en de rode reflecterende plaat.

   
29 januari 1935. Wegens onvoorziene omstandigheden konden de verlichtingsgroepen niet geleverd worden voor 15 januari zoals eerder voorzien. De datum wordt uitgesteld tot 15 februari 1935. Tevens dient het inruilen van de oude sets en de rode reflecterende platen te gebeuren voor 28 februari 1935.

   
Alle vorige testen en aankoopbeslissingen kaderen zich in de in 1934 - 1935 vernieuwde wegcode.

    
De werking van een acetyleen lamp.

De watertank vullen via de stop met ontluchting (A), het waterkanaal (B) word afgesloten door onderhoudsstopsels (C). De kraan (D), bij Vitaphare vooraan en bij WB aan de zijkant, regelt het druppelen van water in druppelverdeler (E). De Calcium carbide (F) wordt met behulp van een drukplaat met veer (G) naar beneden gehouden, het drukvat wordt afgedicht door een rubberen dichting (H). Het gevormde acetyleengas, reactie van water op calcium carbide,  wordt door de geperforeerde plaat (I) naar de brander (J) geperst. De aangestoken vlam wordt met een parabool spiegel (K) door de lens (L) naar buiten geprojecteerd. De grootte van de vlam wordt geregeld door de waterkraan. Het gas voor het achterlicht wordt in de koplamp opgewekt.

   
De VITAPHARE lampen zijn gemaakt in messing en fabrieksmatig verchroomd. Latere versies zijn fabrieksmatig zwart gelakt. Verchroomde die later in de eenheid zwart geverfd zijn bestaan ook.

VITAPHARE en VITALUX zijn producten van het merk VITA gemaakt bij de Etablissementen Gerard Huyghe uit Hazebrouck, Frankrijk. De firma zelf bestaat niet meer. (Les chaînes et les lanternes Vita, produits rue Notre- Dame par les Établissements Huyghe, étaient une référence dans toute la France. Depuis les lampes Vitaphare, fonctionnant à l'acétylène, jusqu'aux dynamos et aux éclairages Vitalux, l'entreprise a occupé le marché durant un demi- siècle.).
info: http://jean-pascal.vanhove.pagesperso-orange.fr/page5.html
         http://www.hazebrouck-autrefois.com/?pid=2&mots=Vita
   
De verchroomde VITAPHARE

foto: verzameling Philip Moreau

   

foto: verzameling Philip Moreau

  
Een acetyleen achterlicht, verchroomde versie, samen met de rubberdarm nog net waarneembaar op de rechterfiets. 

foto: verzameling Philip Moreau

   
Voor wat betreft de kostprijs is er enige informatie terug te vinden in een catalogus uit 1934 van de firma A. & E. KOOB (Bury). Dit zijn evenwel detailhandel prijzen. De werkelijke kostprijs voor het leger zal behoorlijk lager liggen.
  • Vitaphare voorlicht:   48,50 BEF (1,2 €)
  • Vita achterlicht:          12,00 BEF (0,3 €)
  • hierbij dient nog de kost van de leiding gerekend te worden.
  • Een met Vitalux vergelijkbaar elektrisch systeem, inclusief dynamo kost 85,00 BEF (2,1 €)

Een gewone herenfiets, met toebehoren en zonder verlichting kost in 1936 ongeveer 530 BEF  (13,13 €). De verlichting maakt een behoorlijk deel uit van de kostprijs. 11,5 % voor een acetyleen verlichting en 16 % voor een elektrische verlichting.

Deze waarden liggen vergelijkbaar in 1939 voor wat betreft de uitbetaling voor opgeëiste fietsen: een nieuwe verlichting wordt 60 BEF vergoed, een gebruikte 35 BEF.

   
Het Belgische leger is met zijn verouderde acetyleenlampen wel een buitenbeentje voor wat betreft de verlichting van militaire fietsen. In Engeland past men fietsverlichting met batterijen toe, in Duitsland gebruikt men elektrische verlichting met dynamo. Nochtans kwamen er bij de testen in 1934 reeds elektrische verlichting in aanmerking die uiteindelijk slechts gedeeltelijk toegepast werd op niet direct "strijdende eenheden". De diverse wielrijders eenheden behouden in 1935 de oude acetyleenlampen. De situatie verandert wel als midden 1939 voorzien wordt om 10.000 fietsen uit te rusten met elektrische verlichting van het merk WILLOCQ-BOTTIN.
      
Er is een merkbare evolutie in de afwerking van de acetyleenlampen. Oorspronkelijk zijn ze allen geproduceerd in verchroomd geelkoper. Dit vanaf de eerste aankopen van de VITAPHARE van HG in 1935. Later worden er ook WILLOCQ-BOTTIN lampen, ook in verchroomde versie aangekocht. Het chromeren is echter enerzijds duur van afwerking en anderzijds vanuit militair standpunt niet nuttig. Daarom worden in een latere periode nieuwe lampen in zwart gelakte versie aangekocht.   
De bestaande chroom afgewerkte lampen worden in de eenheid geverfd met zwarte verf. Een juiste datum is hier niet te bepalen maar de mobilisatie in 1939 zal hier zeker een rol in hebben gespeeld.
    
Ook acetyleenlampen van het merk WILLOCQ - BOTTIN type BELGIA doen hun intrede. Documenten zijn momenteel niet beschikbaar maar de teruggevonden en AB BL gemarkeerde lampen spreken voor zichzelf. Op de bijhorende foto is een WILLOCQ – BOTTIN lamp te zien. 

foto: verzameling André Alexandre

    

Op 19 juli 1939 probeert de firma WILLOCQ - BOTTIN een elektrische set WILGIA te recupereren die sedert 20 april 1939 uitgeleend was aan het Belgische Leger. Dit ter studie met het vooruitzicht op de eventuele levering van 10.000 stuks. Er zijn nog enige interne documenten over deze groep maar verder geen beslissing of deze al dan niet aangenomen werd. Evenwel zijn op verschillende foto's uit eind jaren 30 diverse fietsen te zien met een elektrisch voorlicht die hier sterk op lijkt. De afwerking van de lampen is zwart gelakt.

   

foto: verzameling Philip Moreau

   
24 augustus 1939: verslag van een studie over een stuur met ingewerkt voorlicht, merk STAP. Het systeem biedt geen effectieve praktische meerwaarde en kost bovendien 25% meer dan de bestaande. Het project wordt niet aanvaard.

Niet nader bepaald merk. De foto dateert uit 1939, rechts achter de motorrijder ziet men nog net het stuur van de fiets met een FM30 in het lederen draagstel. De koplamp is verchroomd.

   
Op 23 januari 1940 wordt een lijst opgestuurd met daarin alle vereisten waaraan de militaire fietsen op dat moment moeten voldoen, o.a. ook de fietsverlichting. Met deze opmerkelijk nieuwe vereisten gaat men voluit voor de overschakeling op elektrische verlichting. De oude acetyleen systemen blijven voorlopig behouden tot vervanging.
  • Een elektrisch verlichtingstoestel met koplamp met zaklampbatterijvan 4,5 volt voor de verlichting bij stilstand.
  • Een individuele toekenning van zo'n systeem voor alle fietsen van de Grenswielrijders Eenheden (min het IV bataljon )  alsook aan alle fietsen van zich individueel verplaatsende militairen.
  • Een dotatie van 1 systeem per 4 fietsen voor het IV bataljon van het Regiment Grenswielrijders en diverse eenheden van wielrijders, Ardeense Jagers en verkennerspelotons.

  
Verlichting: toestellen
Olielamp PH, Demon Makers, Birmingham.

   

  

foto's: verzameling Philip Moreau

   
Een verchroomde VITAPHARE, oorspronkelijke afwerking, militair genummerd op een zwart vlak op de zijkant. De lampen zijn veelal genummerd, dit op diverse plaatsen en zowel ingeslagen als geverfd.

verzameling: Koninklijk Legermuseum, Brussel

    
Acetyleen voorlicht merk VITAPHARE, chroom en/of zwarte lak ontbreekt. Deze werd verwijderd in de naoorlogse jaren om "mooi" te ogen. 

 

foto's: verzameling Philip Moreau

    
Restanten van chroom en zwarte verf op een VITAPHARE. Op de schouw, linksboven, zijn duidelijk chroomresten te zien. Een van de zijlichten, rechtsonder heeft nog zwarte verf, net zoals de onderkant van de generator (rechtsboven).

   

  

   

  

foto's: verzameling Philip Moreau

   
Acetyleen lamp VITAPHARE, geen chroomafwerking maar zwart gelakt op het koper, volgnummer 179 bovenaan op de lamp en onderaan op de beugel tussen watertank en generator. De lamp en de bevestigingsbeugel zijn gemarkeerd AB BL.

foto's: verzameling Philip Moreau

   
Acetyleen lamp WILLOCQ-BOTTIN, chroom afwerking nog deels aanwezig, AB BL markering op de zijkant.

foto's: verzameling Philip Moreau

   
Acetyleen voorlicht type BELGIA van WILLOCQ - BOTTIN. Zwart gelakt op het koper. ABBL markering op de zijkant.

foto's: verzameling Philip Moreau

  
Elektrische verlichtingsset, vermoedelijk merk VITALUX, zwarte finish, gemarkeerd AB BL.

Afgaande op een reclame in VELOCIA uit de periode 1938 - 1940 kan deze lamp een Vitalux zijn: de schakelknop op de lamp is exact dezelfde als op de tekening hieronder. De lamp hieronder is voor de rest wel een burgerlijke versie van 10 V. De militaire versie heeft ook geen "siervin".

foto's: veilingsite

Een vergelijkbare koplamp, niet militair gemarkeerd, maar wel met de voorziening voor een batterij van een zaklamp. Dit voor de verlichting bij stilstand.

  
Acetyleen achterlicht merk VITA van GH, in geelkoper met chroom.

   

      

   

  

foto's: verzameling Philip Moreau

  
Acetyleen achterlicht merk WILLOCQ - BOTTIN, in geelkoper en zwart gelakt.

   

  

foto's: verzameling Philip Moreau

  
Elektrisch achterlicht merk onbekend.

  

  

foto's: verzameling Philip Moreau

Verlichting: op fietsen gemonteerde lichten en lampbeugels
WILLOCQ-BOTTIN acetyleenlamp met aftakking voor achterlicht op TM 1 fiets

De fiets heeft 2 lampbeugels, enerzijds een van het merk VITA voor de acetyleenlamp, anderzijds een naar achter gedraaide beugel voor de montage van een olielamp.

foto's: verzameling Jean Lummerzheim

   

foto: verzameling Philip Moreau

   
Een olielampbeugel op een BSA 1915 fiets. De beugel zat nog op het gevonden frame.

foto's: verzameling Philip Moreau

    
Montage van een VITA acetyleen achterlicht op een mod. 29/35 bagagerek.

foto's: verzameling Philip Moreau